Kantonrechter Nijmegen 28-02-2003 (Wiegman), JAR 2003, 270


Bepaalde tijd. Faillissement. Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 270.

Vanaf 1 juli 1999 is de werkneemster in eerste instantie op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en vanaf 1 juli 2000 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst geweest bij NTN Thuiszorg BV in de functie van zorgcoördinator. Deze onderneming is op 22 augustus 2001 failliet verklaard, waarna de curator de arbeidsovereenkomst met de werkneemster heeft opgezegd. Op 3 september 2001 is de werkneemster bij de werkgever in dienst getreden voor bepaalde tijd tot 3 december 2001 in de functie van coördinator kraamzorg. De werkgever heeft aangegeven deze arbeidsovereenkomst niet te willen verlengen. De werkneemster stelt dat er, gezien haar dienstverbanden vanaf 1 juli 1999, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. De werkgever stelt dat, nu in geval van faillissement de regeling inzake overgang van onderneming niet geldt, niet met een beroep op art. 7:668a BW hetzelfde resultaat kan worden verkregen als wanneer art. 7:662 e.v. BW van toepassing was geweest. De kantonrechter overweegt dat de regeling terzake van de rechten van werknemers bij overgang van onderneming door de wetgever in art. 7:666 BW nadrukkelijk is uitgesloten ingeval de werkgever in staat van faillissement is verklaard. Gelet hierop moet het er voor worden gehouden dat een dergelijke uitzondering daarom juist niet geldt in de situaties waar de art. 7:667 en 7:668a BW op doelen. Daaraan doet niet af dat deze regelingen naar hun doel en strekking niet, althans niet in de eerste plaats, zien op een faillissementssituatie. Van een situatie als bedoeld in art. 7:677 lid 4 en 5 BW is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake, nu de arbeidsovereenkomst van de werkneemster rechtsgeldig door de curator is opgezegd. Wel is sprake van opvolgend werkgeverschap als bedoeld in art. 7:668a lid 2 BW. Daartoe overweegt de kantonrechter dat de werkneemster hetzelfde werk is gaan doen voor de werkgever als zij voorheen voor NTN Thuiszorg deed. Niet van belang is in hoeverre de werkgever is te identificeren met NTN Thuiszorg, omdat dat, anders dan bij de regeling inzake overgang van onderneming, bij de toepassing van art. 7:668a BW geen rol speelt. De werkneemster heeft nog niet aangetoond dat zij daadwerkelijk met NTN Thuiszorg een zodanige arbeidsverhouding heeft gehad dat is voldaan aan de voorwaarden van art. 7:668a BW. Zij dient dit derhalve alsnog te bewijzen.

Terug naar overzicht