Kantonrechter Rotterdam 03-04-2003 (Dekkers), JAR 2003, 98


Kennelijk onredelijk ontslag. Passende arbeid. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 98.

De werknemer, 55 jaar, is op 1 februari 1979 bij de werkgever in dienst getreden in de functie van verkoper binnendienst. Na een reorganisatie zijn er conflicten ontstaan tussen partijen. Vanaf 1998 is de werknemer meerdere keren ziek geweest. Op 21 juni 1999 geeft de werknemer te kennen dat hij na herstel van zijn ziekte niet meer als verkoper binnendienst zoals deze functie thans is, aan het werk wil. De werkgever doet hem daarop twee voorstellen voor ander werk. De werknemer werkt vervolgens nog enige tijd als verkoper, doch dat loopt niet goed. Eind 2000 is de werknemer enige tijd ziek. In die periode laat de werkgever hem weten dat hij niet meer als verkoper aan de slag kan, maar wel als magazijnmedewerker. Op 16 juli 2001 wordt de werknemer arbeidsgeschikt bevonden voor deze functie. De werknemer vraagt een second opinion aan. Op 5 en 6 september 2001 concluderen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts dat de functie passend is. Op 28 september 2001 schrijft de werkgever dat hij gehoord heeft dat de werknemer door het GAK arbeidsgeschikt is verklaard. Omdat de werknemer deze informatie niet verstrekt heeft, zet de werkgever de salarisbetaling stop en vraagt hij een ontslagvergunning aan. Deze wordt verleend op de grond dat de werknemer geweigerd heeft passend werk te verrichten. De werknemer acht het ontslag kennelijk onredelijk vanwege de gevolgen ervan en vordert toekenning van een vergoeding. De kantonrechter wijst de vordering af. De kantonrechter overweegt daartoe dat de werknemer, ondanks toezeggingen daartoe zijnerzijds, begin september 2001 de schriftelijke beslissing van het GAK niet aan de werkgever heeft toegestuurd en dat hij evenmin de hem aangeboden functie ter hand heeft genomen. De werkgever heeft daarom redelijkerwijs mogen aannemen dat de werknemer niet mee wilde werken aan zijn reïntegratie. Daar doet niet aan af dat de werknemer niet geloofde dat de functie zo zou worden ingevuld als de werkgever had gezegd. Hij had tenminste de functie dienen uit te proberen. Zelfs op het uur U, toen de werkgever schreef de salarisbetaling stop te zullen zetten, is de werknemer niet op zijn schreden teruggekeerd in die zin dat hij zich omgaand bij de werkgever heeft gemeld om de functie van magazijnmedewerker te gaan vervullen. Het ontslag is daarom terecht gegeven en is niet kennelijk onredelijk.

Terug naar overzicht