Kantonrechter Rotterdam 03-10-2002 (Dekkers), JAR 2002, 255


Dienstwoning. Faillissement (werknemer). Gratificatie. Loon. Overwerk.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 255.

De werknemer heeft zijn bedrijf verkocht aan de werkgever en is bij deze in dienst getreden als bedrijfsleider. Ook heeft de werkgever de woning van de werknemer gekocht, waarna deze vervolgens als dienstwoning is aangewezen. Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst zijn partijen een salaris van NLG 3.438,40 per maand overeengekomen alsmede dat, indien de werkgever een rendement van meer dan 12% over het door hem geïnvesteerde vermogen zou behalen, de werknemer recht had op 70% van het meerdere. Voor de woning, waarvan de huurwaarde per 1 juli 2001 is getaxeerd op € 1.114,-- zijn partijen een bedrag van NLG 500,-- overeengekomen. De kosten van gas, water en elektriciteitskosten alsmede de telefoonkosten zijn tot eind 2001 door de werkgever betaald. Begin 2001 heeft de werkgever de onderneming wegens negatieve resultaten te koop gezet. Een verkoop is afgeketst omdat de werknemer de woning niet wilde verlaten. Per 1 mei 2002 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden. Per 11 september 2001 is de werknemer failliet verklaard. Hieraan is een einde gekomen door een homologatieakkoord van 9 juli 2002 waarbij de schuldeisers 20% van hun vordering hebben gekregen. De curator heeft namens de werknemer achterstallig salaris, een vergoeding voor overwerk, en niet genoten vakantiedagen gevorderd. De werknemer heeft de procedure na het eindigen van het faillissement overgenomen. De kantonrechter wil van de werknemer weten waarop hij het standpunt stoelt dat hij de door de curator aangespannen procedure zonder meer kan voortzetten. Ten aanzien van de stelling van de werknemer dat hij een lager loon heeft ontvangen dan het in de algemeen verbindend verklaarde CAO opgenomen loon, overweegt de rechter dat deze vordering wegvalt tegen het loon in natura dat de werkgever aan de werknemer heeft betaald door hem tegen 20% van de reële huurwaarde in de woning te laten wonen. Ten aanzien van de vordering inzake overwerk oordeelt de rechter dat het standpunt van de werkgever dat partijen van de CAO zijn afgeweken en een winstdelingsregeling hebben getroffen waarin eventueel overwerk was begrepen, hem plausibel voorkomt. De werknemer heeft ook nimmer overwerklijsten ingeleverd. De vakantiedagen moet de werknemer in geld specificeren en de werkgever moet mogelijk zijn administratie laten zien. De werkgever heeft tijdens het faillissement van de werknemer een vordering in reconventie aanhangig gemaakt. De werkgever is echter gebonden aan het homologatieakkoord en kan niet op meer dan 20% van de vordering aanspraak maken. Als komt vast te staan dat de vordering van de werkgever die van de werknemer overtreft, is voor dat deel echter verrekening mogelijk. De kantonrechter gelast een comparitie om nadere inlichtingen te verkrijgen en een schikking te beproeven

Terug naar overzicht