Kantonrechter Rotterdam 06-11-2001 (Koster), JAR 2002, 7


Arbeidstijd (vermindering arbeidsduur). Wijziging arbeidsvoorwaarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 7.

De werkneemster is sinds 1 februari 1989 bij de werkgever in dienst, laatstelijk als filiaalleidster. Na de geboorte van haar dochter heeft zij, aansluitend aan haar bevallingsverlof, ouderschapsverlof opgenomen. In dat verband heeft zij 25 uren gewerkt in plaats van 35. In die periode is zij en ook haar assistent filiaalmanager enkele keren arbeidsongeschikt geweest. In maart 2000 heeft de werkneemster verzocht om in het vervolg 25 uren te werken in plaats van 35 op drie dagen per week. De werkgever heeft dit verzoek niet gehonoreerd. Na de inwerkingtreding van de WAA per 1 april 2001 heeft de werkneemster nogmaals, bij brief van 27 november 2001, om vermindering van haar arbeidsduur verzocht. Tevens heeft zij toen onderhavige procedure aanhangig gemaakt. De kantonrechter acht de werkneemster ontvankelijk, nu geen sprake is van een herhaald verzoek in de zin van de WAA. Duidelijk is dat het tweede verzoek slechts op formele gronden is gedaan, omdat eerder de WAA nog niet van toepassing was. Inhoudelijk is de kantonrechter van oordeel dat de bezwaren die de werkgeefster aanvoert tegen de gewenste arbeidsduurvermindering - hoge werkdruk en stress voor de verkoopmedewerksters, achterstand in de administratie en het bijhouden van de ziekteregistratie, en derving van omzet - met name betrekking hebben op de periode waarin werkneemster minder werkte vanwege haar ouderschapsverlof en haar assistente ziek was, waardoor een nijpende situatie ontstond. Het gaat daarbij echter om een toevallige, niet aan werkneemster te wijten, toestand. De werkgever heeft een overzicht van de openingstijden overgelegd, waaruit blijkt dat het filiaal in kwestie in totaal 49,5 uur open is (afgezien van koopzondagen waarop werkneemster wel wil werken). De werkgever wil dat de werkneemster tenminste de helft van de openingstijd aanwezig is. Met 25 uur per week is dit dus mogelijk. De kantonrechter is wel van oordeel dat, ter wille van de continuïteit en gelet op de branche waarin de werkneemster werkzaam is, zij op vier dagen per week aanwezig moet zijn.

Terug naar overzicht