Kantonrechter Rotterdam 09-05-2000 (Wetzels), JAR 2000, 145


Ontbinding gewichtige redenen (uitleg beëindigingsovereenkomst). CAO. Competentie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 145.

Een 56-jarige werknemer (30 jaar in dienst, salaris NLG 3.311,56 bruto per maand) wordt arbeidsongeschikt. De werkgever komt met de werknemer een beëindigingsovereenkomst overeen op grond waarvan de sociale verzekeringsuitkering van de werknemer tot zijn 65e jaar wordt aangevuld tot 75% van het bruto jaarinkomen, als in de beëindigingsovereenkomst gespecificeerd, en voortzetting van de pensioenopbouw. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst conform. De werkgever suppleert niet meer wanneer als gevolg van indexering van de uitkeringen het ongeïndexeerde overeengekomen niveau is bereikt. De kantonrechter stelt de werkgever terzake in het gelijk. De kantonrechter is van oordeel dat gezien de beëindigingsovereenkomst en de begeleidende brief er geen misverstand kan bestaan over de hoogte van de overeengekomen suppletie. De werknemer kan zich niet beroepen op dwaling, temeer daar de werknemer advies heeft ingewonnen bij zijn vakvereniging en hij zich in de arbeidsovereenkomst heeft laten bijstaan door een advocaat. Met betrekking tot de stelling van de werknemer dat de beëindigingsovereenkomst in strijd is met de CAO, die een andere suppletieregeling bevat, en dus op grond van art. 12 WCAO nietig is, is de kantonrechter van oordeel dat art. 12 WCAO alleen betrekking heeft op bepalingen in de arbeidsovereenkomst en niet op bepalingen in de beëindigingsovereenkomst, die in feite een vaststellingsovereenkomst is. Deze overeenkomst geldt ook in geval van strijd met dwingend recht. Bovendien is de werkgever in positieve zin afgeweken van de CAO door de pensioenverzekering voort te zetten en de suppletieplicht herleeft als de werknemer in aanmerking komt voor een vervolguitkering krachtens de WW. Het nog door de werkgever bij conclusie van dupliek gevoerde beroep op niet-ontvankelijkheid omdat de werknemer de zaak had moeten voorleggen aan een commissie volgens de CAO wordt als tardief verworpen. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer af.

Verder lezen
Terug naar overzicht