Kantonrechter Rotterdam 10-09-2002 (Los), JAR 2002, 273


Anciënniteitsbeginsel. Ontbinding gewichtige redenen. RDA-vergunning.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 273.

De werknemer, geboren op 4 april 1955, is sinds 1 mei 1978 bij de werkgever in dienst als junior medewerker oplevering en toewijzing tegen een salaris van € 2.044,-- bruto per maand. De werkgever heeft besloten om een ingrijpende reorganisatie door te voeren waarbij een groot aantal arbeidsplaatsen komt te vervallen. De werkgever heeft de CWI toestemming gevraagd om ook de arbeidsovereenkomst met de werknemer te mogen opzeggen. De CWI heeft de toestemming geweigerd. Daartoe heeft de CWI overwogen dat de werkgever het afspiegelingsbeginsel niet juist toepast. De werkgever heeft dit beginsel toegepast over het gehele personeelsbestand en niet per functie. Daardoor heeft de werkgever ten onrechte geoordeeld dat het vrijwillige vertrek van een collega in dezelfde leeftijdscategorie en functie als de werknemer niet van invloed is op zijn ontslag. De werkgever kan zich niet verenigen met het standpunt van de CWI en verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter stelt vast dat het totaal aantal arbeidsplaatsen dat in de bedrijfsvestiging vervalt de som is van de door de werkgever vastgestelde aantallen fte te reduceren per functie. Gesproken wordt over "getal(len) reductie fte per functie". De werkgever heeft een lijst gemaakt met gegevens van de personeelsleden die deze functie uitoefenen, onderverdeeld in vijf leeftijdscategorieën. Vervolgens is het reductiepercentage dat voor elke leeftijdscategorie is gevonden, vermenigvuldigd met het "getal reductie fte per functie". Dat levert het getal reductie fte in de leeftijdscategorie van de functie op. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de werkgever aldus het afspiegelingsbeginsel tot uitdrukking gebracht door dit toe te passen per leeftijdscategorie voor alle functies bij elkaar. Het beginsel hoeft dan niet nog een keer per functie aan de orde te komen. Binnen elke functiegroep komt het anciënniteitsbeginsel tot uitdrukking bij de keuze, per leeftijdcategorie, van de werknemers die voor ontslag in aanmerking komen. In onderhavig geval komt dit niet aan de orde omdat beide personeelsleden in de leeftijdscategorie van de werknemer afvloeien. Daarbij doet het er niet toe of een collega vrijwillig is vertrokken. De kantonrechter acht deze methodiek aanvaardbaar. Er is geen reden waarom, bij de toepassing van het Ontslagbesluit, afspiegeling per functie de voorkeur zou verdienen boven afspiegeling over het gehele personeelsbestand. Het ontbindingsverzoek is mitsdien toewijsbaar onder toekenning van een vergoeding conform het sociaal plan.

Terug naar overzicht