Kantonrechter Rotterdam 12-03-1999, JAR 1999, 79 (Lubberink), Prg. 1999, 5160


Ontbinding gewichtige redenen. Ziekte (geen reïntegratieplan overlegd). Schadeloosstelling (fictieve opzegtermijn).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 79.

Een coördinerende stichting die zich bezig houdt met Arbo-zorg verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 48-jarige arbeidsongeschikte Arbo-coördinator (drie jaar in dienst, salaris NLG 6.700,-- bruto per maand) wegens verval van functie omdat alle deelnemende instellingen hun contract hebben opgezegd en vanwege het veelvuldig ziekteverzuim en disfunctioneren van de werknemer. Dit laatste wordt door de werknemer ontkend. De kantonrechter is van oordeel dat hoewel er geen sprake is van een door de uitvoeringsinstelling geaccordeerd reïntegratieplan, de werkgever wel in zijn verzoek kan worden ontvangen omdat ook de werknemer heeft gevraagd zo spoedig mogelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst uit te spreken omdat feitelijke terugkeer onmogelijk is. Deze situatie is sterk vergelijkbaar met die waarin de werknemer zelf verzoekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een reïntegratieplan niet vereist is. Vasthouden aan het vereiste of het formeel indienen van een tegenverzoek is niet zinvol. Uitstel van de beslissing in afwachting van een reïntegratieplan is in dit geval in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 30.000,-- bruto (C=1), waarbij geen rekening wordt gehouden met de fictieve opzegtermijn, omdat dit gevolg van de Wet Flexibiliteit en zekerheid niet zonder meer op de werkgever mag worden afgewenteld.

Terug naar overzicht