Kantonrechter Rotterdam 12-09-2003 (Van Rijen), JAR 2003, 253


Ontbinding gewichtige redenen. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 253.

De werknemer, 34 jaar oud, is sinds maart 1993 bij de werkgever in dienst, laatstelijk als Projectleider FWG Jongeren Werk. Op 11 november 2002 heeft de werknemer zich ziek gemeld. Voorafgaand aan zijn ziekte was hij betrokken bij een subsidieverzoek aan de deelgemeente Hoogvliet. Tijdens zijn arbeidsongeschiktheid heeft hij ongevraagd een reorganisatieplan opgesteld. Verder heeft hij 12 eisen gesteld, waaronder nogal merkwaardige, waaraan voldaan moest worden alvorens reïntegratie kon plaatsvinden. De arts/psychotherapeut van de werknemer heeft verklaard dat bij de werknemer de diagnose bipolaire stoornis is vastgesteld met manische en depressieve perioden. De arts geeft aan dat deze stoornis kan hebben meegespeeld bij de problemen op het werk. De werknemer wordt thans medicamenteus behandeld. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van het feit dat de werknemer bij de subsidieaanvraag de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden, hij zich niet heeft gehouden aan zijn reïntegratieverplichtingen, hij zich ongepast heeft uitgelaten over de directeur en de gehele organisatie en een reorganisatieplan heeft geschreven vol onterechte kritiek. Bovendien heeft hij zonder toestemming een trip naar Gent georganiseerd voor aan hem toevertrouwde jongeren. De werknemer beroept zich op het opzegverbod bij ziekte. Hij is niet ter zitting verschenen; zijn moeder is in plaats van hem gekomen. De kantonrechter overweegt dat de werkgever geen second opinion heeft aangevraagd, zodat duidelijk is dat de werknemer arbeidsongeschikt is. De kantonrechter ziet ook geen reden om te twijfelen aan de diagnose bipolaire stoornis, gelet ook op de duidelijke mededelingen van de moeder van de werknemer over de huidige psychische toestand van haar zoon. Overigens leent de ontbindingsprocedure zich niet voor een deskundigenonderzoek naar de vraag of er sprake is van ziekte. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat de psychische klachten van de werknemer alleen of voor het grootste gedeelte arbeidsgerelateerd zijn. Daarom doet het opzegverbod tijdens ziekte ten volle opgeld en wijst de kantonrechter het ontbindingsverzoek af. Het is niet onmogelijk dat de gedragingen van de werknemer de vertrouwensrelatie tussen partijen hebben aangetast en dat daarom verdere samenwerking niet meer mogelijk is. Vanwege het opzegverbod komt de kantonrechter thans echter niet aan deze toetsing toe.

Terug naar overzicht