Kantonrechter Rotterdam 13-09-2002 (Palstra), Prg. 2002, 5955, JAR 2002, 239


Bewijs. Dringende reden. Ontbinding gewichtige redenen. Ontslag op staande voet.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 239.

De werknemer is sinds 5 september 1994 bij de werkgever in dienst, laatstelijk in de functie van eerste verkoper in het filiaal te Rotterdam, tegen een salaris van € 1.630,70 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en 4% kerstgratificatie. Op 15 juli 2002 is de werknemer op staande voet ontslagen wegens het plegen van frauduleuze handelingen bij het bedienen van een kasregister. Op een video-opname van kassa 80 is te zien dat de werknemer op 26 juni 2002 vijf bankbiljetten van € 50,-- uit de kassa pakte en op het elektronisch journaal rapport van die kassa is te zien dat er toen drie biljetten van € 50,-- zijn verantwoord, terwijl bij de opmaak van de kassa een kastekort van ongeveer € 100,-- is vastgesteld. De werkgever stelt dat hij hierdoor geen vertrouwen meer heeft in de werknemer. Hij verzoekt voorwaardelijk ontbinding. De werknemer betwist frauduleus te hebben gehandeld. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer niet betwist dat hij vijf biljetten uit de kassa heeft gehaald, dat er slechts drie zijn verantwoord en dat er een kastekort was dat daarmee te rijmen is. De werknemer heeft geen enkele verklaring voor één en ander gegeven. Gelet op de functie van de werknemer is het noodzakelijk dat de werkgever de werknemer zonder meer kan vertrouwen. Dat hij dit nu niet meer doet, is begrijpelijk. Dit gerechtvaardigde gemis aan vertrouwen levert een dringende reden op die ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zo deze nog zou bestaan, rechtvaardigt.

Terug naar overzicht