Kantonrechter Rotterdam 14-05-2002 (Wetzels), JAR 2002, 142


Onkostenvergoeding (Studiekosten; geen verplichting tot terugbetalen). Studiekosten.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 142.

De werknemer heeft na een dienstverband van vijf jaar ontslag genomen. Bij de aanstelling zijn de arbeidsvoorwaarden van de werkgever van toepassing verklaard. In deze arbeidsvoorwaardenregeling is bepaald dat, in geval een werknemer een opleiding heeft gevolgd op kosten van de werkgever hij de kosten hiervan moet terugbetalen, indien hij zelf ontslag neemt binnen een periode van twee jaar na afronding van de opleiding. De werkgever heeft bij de eindafrekening van de werknemer een gedeelte van de kosten van een door de werknemer gevolgde opleiding ingehouden. De werknemer vordert terugbetaling van dit bedrag. De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsvoorwaardenregeling onlosmakelijk deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst. De in de regeling opgenomen studiekostenregeling voldoet naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de criteria die de Hoge Raad heeft ontwikkeld in zijn arrest van 10-06-1983 (NJ 1983, 796). Met name is van belang dat in de regeling geen glijdende schaal is opgenomen, gedurende welke de terugbetalingsverplichting geringer wordt naar evenredigheid met het voortduren van de arbeidsovereenkomst. Zeker nu hier sprake is van een algemeen geldende regeling in een reglement, moet aan de formulering van de terugbetalingsverplichting strenge eisen worden gesteld, juist om te zorgen dat een werknemer doordrongen is van zijn verplichtingen in dit verband. Dit geldt in onderhavig geval nog sterker omdat de werkgever heeft verzuimd om de werknemer voorafgaand aan de opleiding een brief te laten tekenen waarin de terugbetalingsverplichting was opgenomen. Verder is van belang dat de werknemer de opleiding heeft gevolgd op verzoek van de werkgever en dat hij deze grotendeels tijdens werktijd heeft gevolgd. De werkgever moet het ingehouden bedrag daarom alsnog aan de werknemer betalen.

Terug naar overzicht