Kantonrechter Rotterdam 19-04-2002 (Van der Wildt), JAR 2002, 113


Functiewijziging. Goed werkgeverschap. Ongewenste intimiteiten (jegens een vrouwelijke gast).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 113.

De werkgever heeft de werknemer, tafelmanager in een casino, bij wege van disciplinaire maatregel teruggezet naar de functie van croupier voor een minimale periode van twee jaar met behoud van zijn salaris. De reden hiervoor is dat de werknemer ongewenst gedrag heeft vertoond richting een vrouwelijke gast van het casino en daardoor tevens niet in staat was om zijn functie correct uit te oefenen. Hij zou bovendien herhaaldelijk gewaarschuwd zijn, maar zijn gedrag niet hebben aangepast. De werknemer vordert terugplaatsing in zijn oude functie. Verder vordert hij rectificatie van de mededeling die de werkgever op het prikbord heeft opgehangen over zijn degradatie. De kantonrechter stelt vast dat tafelmanagers geacht worden zich onberispelijk te gedragen tegen gasten en contacten met de gasten strikt zakelijk te houden. Het gedrag van de werknemer is allesbehalve als onberispelijk aan te merken. Hoewel hem was gezegd zijn contacten met de betreffende gaste te minimaliseren, heeft hij onder andere diverse malen zijn hand onder de speeltafel uitgestrekt naar haar benen, waarna hij vervolgens zijn hand naar zijn mond bracht. Dit deed hij terwijl hij nog diezelfde avond was gewaarschuwd afstand in acht te nemen. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer door dit gedrag zijn positie als leidinggevende heeft miskend. In deze omstandigheden is de maatregel van terugplaatsing in functie met behoud van salaris passend te achten en niet in strijd met het goed werkgeverschap. De kantonrechter acht het wel onzorgvuldig dat de werkgever een memo op het mededelingenbord heeft opgehangen waarin de degradatie is vermeld. Een dergelijke maatregel kan alleen in overleg of na voorafgaande waarschuwing worden genomen. De werknemer heeft evenwel geen belang bij het nogmaals laten ophangen van een mededeling dat de werkgever geen mededeling had mogen ophangen, nu daarmee nogmaals bekend zou worden gemaakt dat de degradatie op zichzelf toelaatbaar is. Wel is deze publicatie voor de kantonrechter reden om de proceskosten te compenseren.

Terug naar overzicht