Kantonrechter Rotterdam 19-10-1999 Mülder, JAR 1999, 242


Ontbinding gewichtige redenen. Rekest civiel.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 242.

Een werknemer verzoekt bij rekest civiel herroeping van de ontbindingsbeschikking. De kantonrechter overweegt dat op grond van het arrest van de Hoge Raad (HR 04-10-1996, Ten Have/Bosman, NJ 1998, 44, RvdW 1996, 194, JAR 1996, 218, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1996, blz. 169), vooruitlopend op de wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vanuit het huidige recht kan worden aangenomen dat een rechterlijke beschikking door een rekest civiel kan worden herroepen. Dit rekest civiel dient bij verzoekschrift te worden ingesteld binnen de in art. 387 jo art. 385 Rv aangegeven termijn. Art. 387 Rv bepaalt dat indien een rekest civiel is gebaseerd op valsheid, bedrog, arglist of het ontdekken van nieuwe stukken, de termijnen slechts lopen vanaf het moment dat de valsheid, het bedrog, de arglist zijn bekend of de stukken ontdekt zullen zijn, mits die dag bij geschrift bewezen kan worden. Art. 385 Rv bepaalt dat het rekest civiel betekend moet worden binnen drie maanden na de dag waarop het vonnis, waarover men zich beklaagt, is uitgesproken. Het verzoek van de werknemer is niet tijdig binnen gekomen. Hieraan doet niet af dat de werknemer binnen de termijn van drie maanden een dagvaarding heeft uitgebracht. Rekest civiel moet namelijk bij verzoekschrift worden ingesteld. Het uitbrengen van de dagvaarding heeft de termijn van art. 385 Rv niet kunnen stuiten, omdat het gaat om een termijn van openbare orde, die zonder meer na verloop vervalt. De kantonrechter verklaart de werknemer niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Terug naar overzicht