Kantonrechter Rotterdam 20-06-2002 (Vlaswinkel), Prg. 2002, 5894


Bewijs. Ontslag op staande voet (werkweigering).

Een werknemer wordt op staande voet ontslagen wegens werkweigering. De werkgever wordt bij tussenvonnis opgedragen door middel van getuigen te bewijzen dat de werknemer werk geweigerd heeft. De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de getuigenverklaringen, vaststaat dat de werknemer geweigerd heeft laswerkzaamheden uit te voeren. Deze werkzaamheden behoorden tot zijn gebruikelijke werk en de interim bedrijfsleider was bevoegd om namens de werkgever de opdracht daartoe te verstrekken. Aangezien de werkzaamheden in de gebruikelijke arbeidstijd en op de gebruikelijke werkplek moesten worden uitgevoerd, is er geen sprake van een onredelijke opdracht. Aan het bezwaar van de werknemer (te veel achterstallig laswerk) kan worden voorbij gegaan. Hoewel de werknemer gewezen is op de gevolgen van zijn weigering en hem de gelegenheid is geboden op zijn weigering terug te komen, bleef hij hardnekkig weigeren, hetgeen als een dringende reden kan worden aangemerkt. Deze dringende reden is hem onmiddellijk medegedeeld en een paar dagen later schriftelijk bevestigd. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever in zijn bewijsopdracht is geslaagd en dat de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden rechtsgeldig is beëindigd. De kantonrechter wijst de vorderingen af.

Terug naar overzicht