Kantonrechter Rotterdam 21-01-2000 (Wiegman), JAR 2001, 181


Ziekte. (passende arbeid). Loon (Wet Amber).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 181.

Een werknemer werkt vanaf mei 1987 als hoofdmonteur en vanaf januari 1997 als instructeur. Op 13 februari 1998 is hij ziek geworden. Per 13 maart 1998 is aan hem een WAO-uitkering toegekend (eerder ontving hij al gedeeltelijk WAO). De werkgever heeft hem per 1 juli 1998 weer in de functie van hoofdmonteur willen plaatsen, hetgeen de werknemer heeft geweigerd. Bij brief van 18 februari 1999 heeft de werknemer aan de werkgever bericht te willen hervatten als instructeur. In een rapportage van 27 juli 1999 van het GAK is aangegeven dat de werknemer zijn functie van instructeur zou kunnen vervullen, zij het met beperkingen en aanpassing van het loon. De werkgever heeft de werknemer echter niet tot de functie toegelaten. De werknemer vordert thans tewerkstelling als instructeur en betaling van het loon vanaf 1 oktober 1998. De kantonrechter merkt de functie van instructeur aan als de eigenlijke functie van de werknemer en niet de eerder verrichte functie van hoofdmonteur. Naar het oordeel van de kantonrechter dient de werkgever de werknemer in de functie van instructeur tewerk te stellen. Niet is gebleken dat dit niet van hem gevergd kan worden. Bovendien wordt de functie ook door het GAK geschikt geacht. De werkgever dient vanaf 18 februari 1999 het loon behorende bij deze functie aan werknemer te betalen, nu de werknemer zich vanaf deze datum expliciet voor de functie beschikbaar heeft gesteld. Voor de totale loonbetalingsverplichting van de werkgever maakt dit echter niet uit, nu de werkgever op grond van het tussen partijen geldende arbeidsreglement verplicht was om over 15 maanden na de eerste ziektedag, derhalve tot 13 mei 1999, 100% van het laatstgenoten salaris te betalen onder aftrek van de WAO-uitkering. Dat voor de werknemer een wachttijd voor de WAO gold van vier weken in plaats van 52 weken op grond van de Wet Amber - omdat hij al een gedeeltelijke WAO-uitkering ontving - doet hier niet aan af. Dat betekent niet dat de werkgever ook slechts gedurende vier weken behoefde aan te vullen. Hetgeen in het arbeidsreglement is bepaald, is een contractuele uitbreiding van de loondoorbetalingsver- plichting ex art. 7:629 BW, welke verplichting niet vervalt door de Wet Amber

Verder lezen
Terug naar overzicht