Kantonrechter Rotterdam 27-07-1999, JAR 1999, 222 (Van Son)


Ontbinding gewichtige redenen (dringende reden; diefstal).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 222.

Een groenteveiling verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 48-jarige afdelingsmanager (12 jaar in dienst, salaris NLG 4.988,-- bruto per maand) omdat hij in strijd met de geldende regels doorgedraaide groenten mee naar huis heeft willen nemen en de werkgever het vertrouwen in de werknemer heeft verloren. De werknemer had in zijn auto drie courgettes en twee kilo rode pepers terwijl hij wist of diende te weten dat het meenemen van al dan niet door te draaien veilingproducten verboden was. De kantonrechter overweegt dat voordat er een nieuwe leidinggevende was op de locatie waar de werknemer werkzaam was, het gebruikelijk was dat groente en fruit voor eigen gebruik werd meegenomen. Deze leidinggevende heeft per interne memo laten weten dat dit verboden was en dat bij overtreding passende maatregelen zouden worden genomen. Uit een verslag van een logistiek overleg (waarbij de werknemer niet aanwezig was) blijkt dat het meenemen van producten verboden is en dat de werkgever de mogelijkheid onderzoekt van een algemene regeling voor het wekelijks verstrekken van groentepakketten. De werknemer, die op de hoogte was van deze plannen, ontkent op zijn afdeling de interne memo te hebben ontvangen en stelt dat hij niet heeft begrepen dat het verbod producten mee te nemen ook gold voor kleine hoeveelheden door te draaien producten. Bovendien werden door te draaien producten afgegeven aan Avifauna en aan een stierenfokker. De kantonrechter is van oordeel dat als een werkgever naleving van een interne regeling zo belangrijk vindt dat een geringe overtreding een zo ernstig gevolg als ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan hebben, de werkgever duidelijk behoort aan te geven hoe de regeling luidt en wat de sancties zijn, zeker wanneer wordt afgeweken van een jarenlang gebruik. Nu dit niet is gebeurd en de werkgever bovendien onduidelijkheid schept door de door te draaien producten ten behoeve van twee afnemers uit de productiestroom te halen, dient het ontbindingsverzoek te worden afgewezen. Met betrekking tot het geschonden vertrouwen overweegt de kantonrechter dat de werknemer zeker een verwijt valt te maken omdat hem bekend was dat er aan een algemene regeling werd gewerkt. De mate waarin het vertrouwen is geschonden rechtvaardigt echter niet een zo zware maatregel als ontbinding van de arbeidsovereenkomst, temeer daar werknemer reeds lange tijd goed heeft gefunctioneerd. De kantonrechter wijst het verzoek af.

Terug naar overzicht