Kantonrechter Rotterdam 31-03-1999, 18-05-1999, Prg. 1999, 5192 (Van Emden)


Ontbinding gewichtige redenen. Ongewenste intimiteiten. Ziekte (voorlopig reïntegratieplan). Schadeloosstelling (geen).

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een arbeidsongeschikte bejaardenhelpster, vier jaar in dienst, salaris NLG 2.176,20 bruto per maand. Volgens de werkneemster is zij arbeidsongeschikt geworden als gevolg van seksuele intimidatie door een collega. Naar aanleiding van haar klacht is de arbeidsovereenkomst van deze collega beëindigd. De werkgever stelt zich thans op het standpunt dat de werkneemster ten onrechte heeft geklaagd over haar collega. Volgens een brief van tien collega's had de werkneemster een affectieve relatie met de betreffende collega en was zij gecharmeerd van zijn toenaderingen. De werkneemster ontkent en blijft bij haar klacht over de ongewenste intimiteiten. Zij is echter van oordeel dat de arbeidsovereenkomst niet in stand kan blijven en verzoekt een vergoeding van NLG 45.000,-- en NLG 5.000,-- smartengeld. Zij acht de werkgever niet ontvankelijk wegens het indienen van een voorlopig reïntegratieplan. De kantonrechter is het hier niet mee eens. Hoewel het reïntegratieplan voorlopig is, wil dit niet zeggen dat de werkgever niet ontvankelijk is, aangezien de werkneemster zelf weg wil en reïntegratie dus onmogelijk is. Gelet op de reactie van de collega's van de werkneemster acht de kantonrechter nader feitenonderzoek geboden. Bij tussenbeslissing laat de kantonrechter de werkgever toe aannemelijk te maken dat de werkneemster haar collega valselijk heeft beschuldigd. Op grond van de getuigenverklaringen stelt de kantonrechter vast dat de werkneemster en haar collega doorgaans op een normale collegiale manier met elkaar omgingen. Dat de werkneemster in het geheel niet gediend was van de belangstelling van haar collega is niet aannemelijk geworden. Het verwijt dat zij aanhoudend door hem is lastig gevallen doet sterk overdreven aan. Daarbij speelt een rol dat de collega's van de werkneemster uit eigen beweging een brief hebben gestuurd waarin ze hebben bevestigd dat de werkneemster gecharmeerd was van de belangstelling van haar collega. Bovendien heeft de werkneemster zich maar één keer tot een leidinggevende gewend om zich te beklagen over de gedragingen van haar collega. De kantonrechter is van oordeel dat de werkneemster de gewijzigde omstandigheden aan zichzelf te wijten heeft zodat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden en wel zonder vergoeding.

Terug naar overzicht