Kantonrechter Rotterdam 31-05-2001 (Los), JAR 2001, 165


Ontbinding gewichtige redenen. Schorsing. Schadeloosstelling (geen toepassing kantonrechtersformule).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 165.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer (38 jaar). De werknemer is acht maanden geleden bij de werkgever in dienst getreden als productiemanager (salaris NLG 107.500,-- bruto per jaar). Zijn opdracht was onder meer om een plan op te stellen en door te voeren voor verbetering van de productie en om het huidige kader bij dat proces te begeleiden en zo nodig te corrigeren. De werkgever stelt dat vanaf het begin is gebleken dat de werknemer niet goed functioneerde. Zijn houding zou bot en autoritair zijn en hij zou niet over het vereiste inzicht in procesbeheersingstechnieken beschikken. De werknemer betwist dat er ooit met hem over zijn functioneren is gesproken tot aan 11 april 2001. Op die datum is hij ook meteen op non-actief gesteld. Hij verwijt de werkgever verder dat hij hem te weinig steun heeft gegeven bij uitvoering van zijn opdracht om het kader te begeleiden en waar nodig te corrigeren. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Naar zijn oordeel heeft de werkgever niet aannemelijk gemaakt dat hij de werknemer vóór de datum van zijn op non actiefstelling ooit op zijn functioneren heeft aangesproken. Meer in het algemeen heeft hij onvoldoende inzicht gegeven in de wijze waarop hij met de werknemer heeft samengewerkt. Op het verwijt van de werknemer dat hij hem in zijn taak, die allerminst gemakkelijk lijkt, onvoldoende heeft gesteund, heeft hij geen duidelijk weerwoord gegeven. Gezien dit alles kan niet worden gezegd dat de breuk tussen partijen in het bijzonder aan de werknemer te wijten is, terwijl anderzijds de werkgever een ernstig verwijt is te maken. Er is daarom aanleiding om de werknemer een vergoeding toe te kennen. Onder de gegeven omstandigheden en gelet op de korte duur van het dienstverband, komt het de rechter redelijk voor daarbij niet uit te gaan van de kantonrechtersformule. De vergoeding wordt vastgesteld op NLG 75.000,-- bruto

Terug naar overzicht