Kantonrechter 's-Gravenhage 02-02-1999, JAR 1999, 51 (Westermann)


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (fictieve opzegtermijn).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 51.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 52-jarige werknemer, 17 jaar in dienst, salaris NLG 4.224,68 bruto per maand, op grond van bedrijfseconomische redenen met een vergoeding van NLG 50.000,-- bruto. De werknemer bestrijdt de bedrijfseconomische redenen maar legt zich bij de ontbinding neer wegens de verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer verzoekt een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor 2. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en overweegt met betrekking tot de vergoeding dat het nadelige effect voor wat betreft de WW-uitkering, als gevolg van de Wet Flexibiliteit en zekerheid niet aan de werkgever kan worden tegengeworpen en het niet aan de rechter is de bedoeling van de wetgever in dit opzicht te frustreren. Wèl kan er bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding enigszins rekening mee worden gehouden. De kantonrechter verhoogt de vergoeding van NLG 114.000,-- (C=1) naar NLG 125.000,-- bruto.

Terug naar overzicht