Kantonrechter 's-Gravenhage 16-03-2001 (Lippmann), JAR 2001, 86


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (geen). Anciënniteit.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 86.

De werknemer is per 1 januari 2000 in dienst gekomen bij de werkgever. Voor die datum werkte hij in diverse functies bij HBG. HBG heeft hem in een "backletter" d.d. 1 december 1999 toegezegd dat hij tot en met 31 december 2001 weer bij HBG in dienst kan treden in een vergelijkbare functie tegen een salaris vergelijkbaar met dat wat hij eerst bij HBG verdiende inclusief bij HBG doorgevoerde loonsverhogingen. Eind 2000 heeft de werkgever de werknemer laten weten dat hij zijn activiteiten als gevolg van marktomstandigheden moet beëindigen en dat zijn arbeidsplaats derhalve komt te vervallen. Daarbij heeft hij een vergoeding van twee maandsalarissen aangeboden. De werknemer heeft dit aanbod van de hand gewezen omdat naar zijn mening zijn anciënniteit bij HBG mee zou moeten tellen bij vaststelling van de vergoeding. Van de mogelijkheid om bij HBG terug te keren, heeft hij geen gebruik willen maken. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Daarbij overweegt de rechter dat het feit dat de werknemer geen gebruik heeft willen maken van de "backletter" voor zijn risico komt. Het salaris bij HBG zou op jaarbasis circa NLG 15.000,-- lager zijn. Dit verschil is niet zeer groot, gelet ook op het feit dat het salaris bij de werkgever hoger was omdat de secundaire arbeidsvoorwaarden bij HBG beter waren. Bovendien is in de "backletter" al aangegeven dat geen rekening zou worden gehouden met eventuele salarisverhogingen bij de werkgever. Verder zou de werknemer bij terugkeer een positie hebben gekregen die zoveel mogelijk gelijk was aan zijn vroegere functie. HBG heeft hiertoe een voldoende concreet aanbod gedaan. Nu de werknemer hierop niet heeft willen ingaan, kan hij thans geen aanspraak maken op een ontbindingsvergoeding

Terug naar overzicht