Kantonrechter 's-Gravenhage 19-01-2000 (Lippmann), JAR 2000, 34


Ontslag op staande voet. Ziekte. Ontbinding gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 34.

Een dertigjarige uitbener (een jaar in dienst, salaris NLG 3.436,14 bruto per maand) wordt op staande voet ontslagen wegens werkweigering. Bovendien zou de werknemer zich veelvuldig ziek hebben gemeld wegens rugklachten en bij controle door de Arbo-arts volledig arbeidsgeschikt zijn gebleken. Daarnaast maakte de werknemer er een gewoonte van afwezig te zijn zonder ziekmelding. De werknemer zou meerdere malen zijn gewaarschuwd en de werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer meerdere keren is gewaarschuwd in verband met het niet op het werk verschijnen zonder behoorlijke afmelding. Op de dag van het ontslag op staande voet heeft de werknemer na één week ziek te zijn geweest, zijn werkzaamheden hervat. De werknemer heeft toen niet gemeld dat hij last had van zijn rug en heeft niet om rugsparend werk verzocht. Bovendien was de werknemer te laat gekomen, waardoor hij niet meer voor ander werk kon worden ingedeeld. Volgens de werkgever deelde de werknemer na anderhalf uur mee dat hij het werk niet meer leuk vond. Hij vertrok naar de kantine met de mededeling dat hij weg zou gaan als niet op zijn eisen werd ingegaan. Uit de stukken blijkt dat de werknemer zich daags daarna bij de Arbo-dienst heeft gemeld. De Arbo-arts verklaart de werknemer echter volledig arbeidsgeschikt, doch geeft hem, kennelijk om de werknemer tegemoet te komen, een week rust. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer zich op de dag van het ontslag ten onrechte ziek heeft gemeld en dat hij dat pas heeft gedaan nadat hij was ontslagen. Het ontbindingsverzoek houdt dan ook geen verband met het bestaan van een opzeggingsverbod. Het ontslag op staande voet lijkt vooralsnog gegrond en de kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk zonder een vergoeding.

Terug naar overzicht