Kantonrechter 's-Gravenhage 24-07-2002 (Wiarda), JAR 2002, 190


Ontslag op staande voet (geen gehoor geven aan oproepen voor de bedrijfsarts en de werkgever). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 190.

Op 6 oktober 2000 heeft de werkgever de werknemer (een 51-jarige netwerker, 24 jaar in dienst) op non-actief gesteld. Omstreeks eind 2000/begin 2001 is bij de werknemer keelkanker vastgesteld. De werknemer heeft het hoofd van de afdeling personeelszaken hiervan op de hoogte gesteld. In verband met zijn gezondheidstoestand verbleef de werknemer van begin juni 2001 tot omstreeks begin augustus 2001 bij zijn ex-echtgenote op een ander adres dan zijn eigen huisadres. Over deze tijdelijke andere verblijfplaats heeft hij noch de werkgever noch de bedrijfsarts geïnformeerd. Evenmin heeft hij maatregelen getroffen om te zorgen dat post van zijn huisadres werd doorgestuurd. Bij brief van 18 juni 2001, gericht aan zijn huisadres, is de werknemer door de Arbo-dienst opgeroepen voor het spreekuur op 28 juni 2001. De werknemer is niet op dit spreekuur geweest. Bij brief van 16 juli 2001 heeft de werkgever de werknemer opgedragen om binnen 48 uur telefonisch een afspraak te maken met het hoofd personeelszaken. De werknemer heeft aan deze opdracht geen gevolg gegeven. Daarop heeft de werkgever hem op staande voet ontslagen. De werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen. De kantonrechter verklaart voor recht dat het ontslag nietig is. Daartoe overweegt de kantonrechter dat de werknemer in de maanden juni en juli 2001 ernstig ziek was. Aannemelijk is dat deze ziekte, gezien de aard en ernst ervan, ook in psychisch opzicht invloed op de werknemer heeft gehad en wellicht nog steeds heeft. Dit brengt mee dat de omstandigheid dat de werknemer verzuimd heeft om er voor te zorgen dat hij gedurende zijn tijdelijke verblijf elders tijdig kennis kon nemen van aan zijn huisadres gezonden post, hem binnen de arbeidsrelatie met de werkgever niet ten volle kan worden aangerekend, nu de werkgever op de hoogte was van de aard en ernst van de ziekte van de werknemer. Van belang in dit verband is ook dat de werkgever beschikte over het mobiele telefoonnummer van de werknemer. Van de werkgever had verwacht mogen worden dat hij getracht had langs die weg de werknemer te bereiken alvorens tot ontslag op staande voet over te gaan.

Terug naar overzicht