Kantonrechter 's-Gravenhage 30-06-1999, JAR 1999, 185 (Lippmann)


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Verrekening. Overwerk.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 185.

De arbeidsovereenkomst van een werknemer wordt ontbonden met een vergoeding van NLG 42.670,80 bruto. De werkgever betaalt echter NLG 4.965,46 te veel (gedeeltelijk vergoeding en gedeeltelijk salaris) aan de werknemer en vordert dit bedrag als onverschuldigd betaald terug, vermeerderd met de wettelijke rente. De werknemer stelt dat er niet onverschuldigd is betaald nu hij recht heeft op wachtgeld en op een vergoeding van overuren. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer het bedrag onverschuldigd heeft ontvangen en terug dient te betalen, vermeerderd met 15% incassokosten. Het verzoek van de werknemer om zijn eisen tegen de werkgever te willen inwilligen beschouwt de kantonrechter als een reconventionele vordering. De kantonrechter overweegt dat de werknemer op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij overuren tegoed heeft of recht zou hebben op wachtgeld conform de CAO. Bovendien had het op de weg van de werknemer gelegen dit aan te voeren in zijn verweerschrift in het kader van de ontbindingsprocedure. De kantonrechter wijst de reconventionele vordering derhalve af en veroordeelt de werknemer tot betaling van NLG 5.914,08 vermeerderd met de wettelijke rente en tot betaling van de proceskosten in beide procedures.

Verder lezen
Terug naar overzicht