Kantonrechter 's-Hertogenbosch 08-02-2002 (Wiggers), JAR 2002, 57


Deeltijdarbeid. Wijziging arbeidsvoorwaarden (vermindering arbeidsduur).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 57.

De werkneemster is op 1 januari 1999 bij de werkgever in dienst getreden als medewerkster verkoop binnendienst voor 38 uur per week. Op 14 maart 2001 heeft zij haar leidinggevende meegedeeld dat zij zwanger was en dat zij na haar verlof parttime wilde terugkeren voor drie dagen per week, en wel op de maandag, donderdag en vrijdag. Tijdens haar verlof is haar gezegd dat haar verzoek niet ingewilligd kon worden. Wel zou zij drie dagen kunnen werken in een andere functie. De werkneemster stemt hier niet mee in en vordert bij wege van voorlopige voorziening tewerkstelling in haar eigen functie voor drie dagen per week. De werkgever stelt dat de functie van de werkneemster fulltime verricht moet worden. Zij werkt met drie personen op een afdeling, waarvan één binnenkort uit dienst treedt en één functie gedeeltelijk in de buitendienst verricht wordt. De werkgever heeft met andere parttimers gesproken over het creëren van een duobaan, maar deze waren daarin niet geïnteresseerd. De kantonrechter overweegt dat de werkgever wel heeft aangevoerd dat het noodzakelijk is dat de functie van de werkneemster fulltime wordt vervuld, maar niet dat dit niet door twee personen zou kunnen gebeuren. Hij heeft ook zelf pogingen ondernomen om een duobaan te creëren. Het belangrijkste bezwaar van de werkgever is kennelijk dat het onmogelijk zou zijn om de vrijkomende uren op te vullen. De kantonrechter stelt vast dat de werkgever echter nog niet buiten de onderneming heeft gezocht. Wellicht is het lastig om een medewerker voor de functie van de werkneemster te vinden voor 16 uur per week, maar niets staat eraan in de weg om te werven voor een iets groter aantal uren, zodat er enige overlap in werktijd is tussen de werkneemster en de nieuwe medewerker. Dat stelt hen ook in staat om de nodige informatie uit te wisselen. Eén en ander brengt mee dat de vordering van de werkneemster tot vermindering van de arbeidsduur toewijsbaar is. Over de spreiding van de dagen doet de kantonrechter geen uitspraak omdat nog onvoldoende duidelijk is hoe de belangen van partijen ten aanzien van de te werken dagen zich tot elkaar verhouden.

Terug naar overzicht