Kantonrechter 's-Hertogenbosch 17-02-2000 (Cremers), JAR 2000, 70


Kennelijk onredelijk ontslag. Functiewijziging. Ziekte. Schadeloosstelling (C=1,5).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 70.

Het rooster van een begeleidster in een gezinsvervangend tehuis (11 jaar voor 20 uur per week in dienst) wordt na overname van het tehuis door een andere werkgever, eenzijdig gewijzigd, zodanig dat de nadruk van het begeleiden van de pupillen komt te liggen op huishoudelijke taken. De werkneemster protesteert hiertegen en raakt overspannen. Na ruim twee jaar arbeidsongeschiktheid wordt de werkneemster met toestemming van de RDA ontslagen. De werkneemster acht dit ontslag kennelijk onredelijk omdat er geen afvloeiingsregeling is getroffen en vordert een vergoeding van NLG 25.000,-- bruto. De kantonrechter is van oordeel dat de wijze waarop de werkneemster haar functie vervulde na overname van het gezinsvervangend tehuis belangrijk is gewijzigd en dat de werkneemster daarmee niet heeft ingestemd. Het stond de werkgever echter niet vrij tot eenzijdige wijziging over te gaan. Het feit dat het team waartoe de werkneemster behoorde akkoord is gegaan, doet daar niet aan af, nu de werkneemster als één van de twee parttimers niet bij de bespreking aanwezig is geweest. Hoe gerechtvaardigd de wijze van inroosteren vanuit oogpunt van bedrijfsvoering wellicht ook moge zijn, de werkgever heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de werkneemster. Dat de werkneemster hierdoor overspannen is geraakt, is de werkgever aan te rekenen, temeer daar niet gebleken is dat de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van andere medische klachten. De gevolgen van de opzegging voor de werkneemster, zoals haar geringe kansen op de arbeidsmarkt en het feit dat geen voorziening is getroffen, zijn te ernstig voor de werkneemster in vergelijking met het belang van de werkgever bij de beëindiging van het dienstverband. Dit maakt het ontslag kennelijk onredelijk. Met betrekking tot de vergoeding zoekt de kantonrechter aansluiting bij de kantonrechterformule en zou een correctiefactor van 1,5 billijk zijn te achten (NLG 28.000,--). Omdat de werkneemster een lager bedrag heeft gevorderd, wijst de kantonrechter de vordering tot dat bedrag (van NLG 25.000,-- bruto) toe.

Terug naar overzicht