Kantonrechter 's-Hertogenbosch 27-05-1999, Prg. 1999, 5208 (Povel)


Ontslag op staande voet. Ongewenste intimiteiten.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter 's Hertogenbosch 18-09-1998, Prg. 1998, 5078, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 194). Een verwarmingsmonteur met een dienstverband van 16 jaar wordt door zijn werkgever (een woningstichting) op staande voet ontslagen omdat hij een huurster (een psychisch labiele vrouw) tegen haar wil zou hebben gekust. De kantonrechter wijst de voorlopige voorziening van tewerkstelling en doorbetaling van loon toe omdat het ontslag op staande voet in dit geval een te zware sanctie zou zijn. Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van de werkgever wordt op dezelfde dag afgewezen, evenals een nieuw verzoek op 26 februari 1999. Omdat de werkgever de werknemer niet toelaat tot zijn werkzaamheden en het loon bij wijze van voorschot doorbetaalt, vordert de werknemer een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet nietig is, onmiddellijke toelating tot zijn werkzaamheden en volledige doorbetaling van loon, onder verbeurte van een aanzienlijke dwangsom. Daarnaast vordert de werknemer een schadevergoeding van NLG 100.000,-- en schriftelijke rehabilitatie. De kantonrechter overweegt dat, hoewel het onverstandig was van de werknemer om de huurster een kus te geven, niet gebleken is van dwang of psychische druk. Mede gezien de tegenstrijdige verklaringen van de huurster bij aangifte en er geen sprake is van een ontuchtige handeling in de zin van art. 246 Sr, is er geen sprake van een dringende reden. De kantonrechter verklaart het ontslag op staande voet nietig en wijst de vordering tewerkstelling en doorbetaling van loon toe, onder verbeurte van een dwangsom. Er is echter geen reden voor een schadevergoeding noch voor rehabilitatie, omdat de rest van het personeel niet op de hoogte is geweest.

Terug naar overzicht