Kantonrechter Schiedam 30-07-2001 (Van Son), 11-06-2002 (Hagendoorn), JAR 2002, 170


Functiewijziging. Goed werknemerschap. Loon. Wijziging arbeidsvoorwaarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 170.

De werknemer is sinds 23 juni 1970 bij de werkgever in dienst. Hij is begonnen als monteur en doorgegroeid naar de functie van werfbaas. In februari 1998 is de functie van de werknemer door een interne verhuizing komen te vervallen. Sinds 1998 vindt met de werknemer overleg plaats over een geschikte functie. Vanaf eind 1998 is de werknemer herhaaldelijk lange perioden afwezig geweest wegens ziekte. In mei 2000 heeft de werkgever besloten het salaris aan te passen aan een door hem aan de werknemer aangeboden kantoorfunctie. De werknemer kan zich daarmee niet verenigen en vordert bij wege van voorlopige voorziening doorbetaling van zijn oude salaris. De kantonrechter overweegt dat de werkgever zich veel inspanningen heeft getroost om tot een oplossing te komen voor de ontstane situatie. De werknemer is herhaaldelijk de mogelijkheid geboden een cursus te volgen of zijn kennis op andere wijze bij te werken. Met hem is gekeken welke werkzaamheden hij zou kunnen doen en is een functieomschrijving opgesteld. Hiermee heeft hij ingestemd. Later heeft hij echter bezwaar gemaakt tegen het bij de functie behorende lagere salaris. De werkgever heeft nog mediation voorgesteld, maar dat heeft de werknemer afgewezen. De Arbo-dienst acht hem niet geschikt voor een leidinggevende functie. De werknemer verdient thans het hoogste salaris van het gehele personeel, terwijl hij sinds 1998 al niet meer op het bijbehorend salarisniveau werkt. Alles overziend is de kantonrechter van mening dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen en dat de werknemer ten onrechte niet op de redelijke voorstellen van de werkgever is ingegaan. De werkgever is daarom gerechtigd het salaris bij te stellen. De werknemer start vervolgens een bodemprocedure. De kantonrechter in deze procedure komt tot een ander oordeel. Naar het oordeel van deze rechter is het aanbod voor de kantoorfunctie niet in strijd met het goed werkgeverschap. De functieomschrijving geeft de werknemer namelijk voldoende ruimte om de functie te ontwikkelen in de richting van het niveau dat hij als werfbaas gewend was. Met dit aanbod valt de teruggang in salaris echter niet te rijmen. Het is van tweeën één: ofwel de functie is een administratieve functie van gering niveau zonder veel ontwikkelingsmogelijkheden en met het door de werkgever voorgestelde salaris. In dat geval is het eenzijdig wijzigen van de functie in strijd met het goed werkgeverschap. De andere optie is dat het een functie met ontwikkelingsmogelijkheden is. In dat geval is het voorstel tot afbouw van het salaris niet redelijk. Een en ander leidt ertoe dat het salaris van de werknemer gehandhaafd dient te worden.

Terug naar overzicht