Kantonrechter Sittard 10-04-2003 (Van Hövell tot Westerflier), JAR 2003, 155


Dringende reden. Ontbinding gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 155.

De werknemer, 56 jaar oud, is sinds 1974 bij de werkgever in dienst, laatstelijk als chef travel services department. In oktober 2002 heeft de werkgever geconstateerd dat de werknemer meermaals op zijn klokkaarten had aangegeven dat hij tijdens werktijd bepaalde locaties had bezocht terwijl dat niet het geval was. Voorts bleek dat de werknemer meermaals zonder toestemming op zijn naam voorschotten uit de kas had opgenomen. Uit verder onderzoek kwam naar voren dat de werknemer ten onrechte reiskosten had gedeclareerd. De werkgever heeft vervolgens ontbinding wegens een dringende reden verzocht. De werknemer voert als verweer aan dat hij overspannen was als gevolg van de ziekte van zijn vrouw en het overlijden van een goede vriend, dat hij nooit de bedoeling heeft gehad om handelingen ten nadele van de werkgever te verrichten en dat hij 28 jaar goed heeft gefunctioneerd. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden. De kantonrechter stelt voorop dat van een werkgever, die constateert dat een werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan fraude dan wel valsheid in geschrifte, in beginsel niet gevergd kan worden de dienstbetrekking te laten voortduren. Het enkele feit dat de werknemer door die gedraging het vertrouwen van de werkgever in ernstige mate heeft beschaamd, rechtvaardigt in het algemeen een ontslag op staande voet. Dit is slechts anders indien zich zodanig bijzondere omstandigheden voordoen dat ontslag op staande voet een te zwaar middel moet worden geacht. Naar het oordeel van de kantonrechter is van die bijzondere omstandigheden in onderhavig geval geen sprake. Er zijn geen concrete aanknopingspunten waaruit volgt dat de werknemer vóór of in de periode dat hij zich schuldig maakte aan het valselijk invullen van de klokkaarten en het ten onrechte declareren van reiskosten in overspannen toestand verkeerde en daardoor niet wist wat hij deed. Het feit dat de werknemer zich gedurende 28 jaar voor de volle 100% heeft ingezet, kan niet tot een ander oordeel leiden.

Verder lezen
Terug naar overzicht