Kantonrechter Sneek 31-07-2002 (Schulting), JAR 2002, 237


Bewijs. Gezagsverhouding. Minimumloon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 237.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Sneek 06-02-2002, JAR 2002, 58, hierboven). De "werkneemster", van Poolse nationaliteit, heeft gereageerd op een door de "werkgever" in een Poolse krant geplaatste advertentie waarin hij heeft gevraagd om een hulp in de huishouding ten behoeve van hun kinderen. De "werkneemster" stelt dat in feite sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst. Zij zou gedurende ongeveer een half jaar hebben meegeholpen bij de verbouwingswerkzaamheden in de woning van de "werkgever", werkzaamheden hebben verricht in verband met de verhuur door de "werkgever" van appartementen en gedurende tenminste drie dagen per week verantwoordelijk zijn geweest voor het huishouden. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis geoordeeld dat de "werkneemster" een begin van bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst door het overleggen van opdrachtbriefjes waaruit bleek dat zij onder andere ramen moest schuren, ramen van appartementen moest nakijken, en tuinstoelen en wc's moest schoonmaken. De "werkneemster" is vervolgens in de gelegenheid gesteld meer en aanvullend bewijs te leveren. Bij eindvonnis overweegt de kantonrechter dat de "werkneemster" in haar bewijsopdracht is geslaagd. Zij heeft uitgebreid verklaard welke werkzaamheden zij heeft verricht alsmede dat zij deze gedurende ongeveer 40 uur per week heeft verricht. Haar verklaring wordt ondersteund door die van een andere getuige. Aan de verklaring van de "werkgever" komt minder waarde toe, nu deze niet ontkent dat de "werkneemster" bepaalde werkzaamheden heeft verricht, maar heeft gezegd dat zij dit uit vrije wil of ongevraagd heeft gedaan dan wel als lid van het gezin. Deze verklaring staat op gespannen voet met de door de "werkneemster" overgelegde opdrachtbriefjes. Gelet op de verklaringen moet ervan worden uitgegaan dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. De werkneemster kan daarom aanspraak maken op betaling van het minimumloon en vakantietoeslag en op doorbetaling van de door haar genoten vakantiedagen. Gelet op het geleverde bewijs wordt daarbij uitgegaan van een fulltime dienstverband.

Verder lezen
Terug naar overzicht