Kantonrechter Terneuzen 06-02-2002 (Kool), JAR 2002, 59


Kennelijk onredelijk ontslag. Ziekte (oudere werknemer).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 59.

Een 61-jarige werknemer is ruim 30 jaar in dienst van de werkgever, laatstelijk in de functie van shiftleader. Sinds 4 mei 1998 is de werknemer arbeidsongeschikt. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met een ontslagvergunning opgezegd tegen 1 februari 2001. De pensioenopbouw van de werknemer wordt voortgezet. Verder ontvangt hij een invaliditeitsuitkering van NLG 20.930,-- per jaar en blijft hij gerechtigd toegekende opties uit te oefenen. De werknemer stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is, nu er geen specifieke financiële voorzieningen voor hem zijn getroffen. Hij heeft chronische nekklachten die zouden zijn veroorzaakt door een arbeidsongeval op 3 mei 1998. De werkgever stelt dat de werknemer dit ongeval niet heeft gemeld. Hij betwist dat het heeft plaatsgevonden. Ook overigens is het ontslag volgens hem niet kennelijk onredelijk. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer ten tijde van het ontslag 61 jaar oud was en arbeidsongeschikt en dat aannemelijk is dat er geen reële mogelijkheden bestonden voor passend werk noch bij de werkgever noch elders. De werknemer kan wel aanspraak maken op enige voorzieningen na zijn ontslag, maar zal nog steeds een inkomensverlies lijden van ongeveer 40% van zijn salaris. De werknemer heeft een zeer langdurige arbeidsovereenkomst gehad met de werkgever. Zijn arbeidsongeschiktheid leidde tot het einde ervan. Of de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een arbeidsongeval, is niet meer vast te stellen. Niet gesteld of gebleken is echter dat die arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door omstandigheden die geheel los staan van het werk bij de werkgever. Onder deze omstandigheden dient de werkgever aan de werknemer een vergoeding te betalen. Aanvulling tot 100% van zijn salaris tot zijn pensioen gaat te ver, maar een aanvulling tot 70% is wel billijk (€ 27.000,--).

Terug naar overzicht