Kantonrechter Terneuzen 10-02-1999, JAR 1999, 52 (Melens)


Loon. Ziekte. CAO. Bepaalde tijd.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 52.

Een werknemer (salaris NLG 3.520,-- per maand) wordt tijdens de verlenging van zijn dienstverband van een jaar volledig arbeidsongeschikt tengevolge van een ongeval. Na één jaar ziekte wordt de werknemer voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt verklaard en ontvangt een WAO-uitkering van NLG 350,-- per maand. Op grond van de CAO is de werkgever gehouden ingeval van arbeidsongeschiktheid gedurende 24 maanden het loon volledig door te betalen c.q. de WAO-uitkering tot 100% aan te vullen. Deze betaling wordt beperkt tot vijf dagen indien er sprake is van gedwongen verzuim ex art 7:628 BW. Als de werkgever aanvulling van de WAO-uitkering staakt, vordert de werknemer deze op straffe van een dwangsom. De werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst na de verlenging van rechtswege is geëindigd. De kantonrechter deelt dit standpunt niet nu de werkgever na het verstrijken van de verlenging loon heeft doorbetaald en voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht. Ook is er geen sprake van een gedwongen verzuim in de zin van de CAO. Art. 7:628 BW bevat een uitzondering op de regel: "geen arbeid geen loon" ex art 7:627 BW. Volgens deze uitzondering heeft de werknemer recht op loon ingeval de omstandigheden waardoor hij niet werkt voor rekening van de werkgever komen. Gedwongen verzuim wil echter zeggen niet kunnen werken omdat de omstandigheden bij de werkgever dit niet toelaten. Hieronder valt niet de omstandigheid dat de werknemer door ziekte niet in staat is te werken ex art 7:629 en 629a BW. Er is dan ook geen beperking van de loonbetalingverplichting. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot aanvulling van de WAO-uitkering tot 100%.

Terug naar overzicht