Kantonrechter Terneuzen 14-08-2002 (Kool), JAR 2002, 254


Loon. Vakantie. Verrekening.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 254.

De werkgever heeft ten tijde van de overgang naar een geautomatiseerde verwerking van de salarisadministratie ten onrechte het salaris over roostervrije uren aan een vaste groep chauffeurs uitbetaald. Ondanks meldingen van de chauffeurs, onder wie de werknemer, aan de salarisadministratie van de werkgever dat teveel werd uitbetaald, heeft de werkgever deze praktijk gedurende bijna twee jaar voortgezet. De werkgever heeft met vertegenwoordigers van de CNV en de FNV afgesproken dat het teveel genoten salaris in mindering zal worden gebracht op het aantal vakantie- of ATV-dagen van de werknemers. De werknemer verzet zich hiertegen en vordert teruggave van de ingehouden vakantie- en ATV-dagen. De kantonrechter stelt vast dat de werkgever een vordering uit onverschuldigde betaling heeft die hij op grond van art. 7:632 lid 1 BW mag verrekenen. De werkgever heeft over de verrekening afspraken gemaakt met de vakbonden en heeft daarover gesproken met de ondernemingsraad. De werknemers kunnen kiezen voor een verrekening, gespreid over een aantal jaren of zij kunnen zelf een alternatief voorstel doen voor verrekening. Onder deze omstandigheden is verrekening op zich niet onredelijk. Verrekening met vakantiedagen is echter in strijd met art. 7:640 BW, welk artikel van dwingend recht is. Van de werknemer kan niet verlangd worden in te stemmen of te berusten in een wijze van verrekening die in strijd is met dwingend recht. Art. 7:640 BW is echter niet van toepassing op ATV-dagen. Deze kunnen blijkens het arrest van de Hoge Raad van 28-04-2000 (Buijnsters/Tebecon, RvdW 2000, 116, JOL 2000, 261, NJ 2000, 582, JAR 2000, 121, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 58) niet op één lijn worden gesteld met ATV-dagen. De toepasselijke CAO verzet zich niet tegen afkoop van ATV-dagen. Daarom is de werkgever wel gerechtigd om het teveel betaalde salaris met ATV-dagen te verrekenen. De kantonrechter adviseert partijen om afspraken te maken over de termijn van verrekening, waarbij de rechter denkt aan een termijn van een aantal maanden. Mocht de werknemer alsnog instemmen met het verrekenen van vakantiedagen, dan kan de werkgever ook daartoe overgaan, ondanks art. 7:640 BW.

Verder lezen
Terug naar overzicht