Kantonrechter Terneuzen 18-09-2002 (Kool), JAR 2002, 238


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (C=1,5). Schorsing. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 238.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, bijna 48 jaar oud, twee jaar in dienst als algemeen medewerker bij de ijsmakerij van de werkgever tegen een salaris van € 2.073,92 bruto per maand. Op 11 juli 2002 heeft de werknemer zich ziek gemeld. Bij brief van 24 juli 2002 heeft de bedrijfsarts aangegeven dat de werknemer niet arbeidsongeschikt is, maar dat werkhervatting zonder oplossing van het tussen partijen bestaande arbeidsconflict over het al dan niet van toepassing zijn van een pensioenregeling niet gewenst is. De bedrijfsarts heeft daarom geadviseerd om de werknemer op non-actief te stellen met behoud van salaris in afwachting van de oplossing van het conflict. Bij brief van 29 juli 2002 heeft de werkgever de werknemer gesommeerd om zijn werk op 1 augustus 2002 te hervatten. Toen de werknemer dat niet deed, is hij op staande voet ontslagen. De werkgever heeft dit ontslag vervolgens weer ingetrokken, toen de door de werknemer gevraagde second opinion luidde dat de werknemer wel arbeidsongeschikt was. Thans vraagt de werkgever ontbinding vanwege de verstoorde relatie tussen partijen. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst omdat de relatie tussen partijen inderdaad verstoord is. Mediation behoort niet tot de mogelijkheden nu de werkgever weigert om daaraan mee te werken. De kantonrechter is van mening dat de werkgever niet behoorlijk met de werknemer is omgegaan na zijn ziekmelding. De werkgever is niet afgegaan op het oordeel van de bedrijfsarts, maar is tot ontslag op staande voet overgegaan. Verder ziet de rechter niet in waarom de werkgever is teruggekomen van zijn aanvankelijke bereidheid om het arbeidsconflict voor te leggen aan een mediator. Het feit dat hij een conflict heeft met de werknemer is een grond voor mediation en niet voor het weigeren daarvan. Niet valt uit te sluiten dat de arbeidsovereenkomst voortgezet had kunnen worden als de werkgever zich verstandiger had opgesteld. Aan de werknemer komt daarom een vergoeding toe met toepassing van correctiefactor 1,5, zijnde een bedrag van € 10.079,24 bruto.

Terug naar overzicht