Kantonrechter Terneuzen 21-07-1999, JAR 1999, 202 (Melens)


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Sociaal plan. Reiskosten. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 202.

Een uitvoeringsinstelling sociale verzekeringen, besluit als gevolg van reorganisatie een aantal steunpunten te sluiten en de werkplaatsen te verhuizen naar een nieuw kantoor. De werkplek van een 34-jarige teamsecretaris, bijna 14 jaar in dienst, salaris NLG 4.149,-- bruto per maand verhuist aldus eerst van Terneuzen naar Goes en een jaar later van Goes naar Breda. De werkneemster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat, gelet op haar familieomstandigheden redelijkerwijs niet van haar verwacht kan worden dat zij verhuist van Terneuzen naar Goes en een jaar later naar Breda. Gezien de reistijd kan ook niet verwacht worden dat zij dagelijks naar Goes respectievelijk naar Breda reist. De werkneemster maakt aanspraak op een vergoeding conform de neutrale kantonrechtersformule (NLG 62.733,-- bruto). De werkgever biedt conform de CAO een vergoeding bij boventalligheid en een outplacementvergoeding. De kantonrechter overweegt dat op grond van het Sociaal Plan met een verhuiskosten- respectievelijk reiskostenregeling van werkneemster verwacht mocht worden dat zij haar werkzaamheden in Goes zou gaan verrichten. Volgens de kantonrechter mocht de werkneemster alleen weigeren naar Goes te reizen, wanneer dat redelijkerwijs van haar niet gevergd kon worden. Gezien de dagelijkse reistijd van drie uur, die als werktijd wordt aangemerkt, is haar weigering niet redelijk. De werkneemster kan derhalve geen hogere aanspraak doen gelden dan door de werkgever is aangeboden. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 18.000,-- bruto en kosten outplacement.

Verder lezen
Terug naar overzicht