Kantonrechter Tholen 19-09-2003 (Klarenbeek), JAR 2003, 254


Arbeidstijd. Bewijs. Loon. Vakantie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 254.

De werknemer heeft van 18 november 1997 tot 23 februari 2001 bij de werkgever gewerkt als chauffeur. Volgens de van toepassing zijnde CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg had hij recht op vijf ATV-dagen per jaar. De werknemer heeft echter geen ATV-dagen genoten. De werknemer heeft gesteld dat hij meermalen bij de werkgever heeft geïnformeerd of hij geen recht had op ATV. De werkgever heeft steeds ontkennend geantwoord, ook tegenover de echtgenote van de werknemer. De werknemer maakt daarom alsnog aanspraak op uitbetaling van de ATV-dagen. Daarnaast stelt hij dat hij tijdens de bietencampagne 2000 in twee ploegendienst heeft gewerkt, namelijk de ene week van 18.00 uur tot 6.00 uur en de andere week van 6.00 uur tot 18.00 uur, en daarom nog recht heeft op ploegentoeslag over die periode. De kantonrechter stelt vast dat ATV-dagen niet met vakantiedagen gelijk kunnen worden gesteld en dat noch de arbeidsovereenkomst noch de CAO voorziet in uitbetaling van niet-genoten ATV-dagen bij het einde van het dienstverband. Met de werknemer is de kantonrechter echter van oordeel dat het niet zo kan zijn dat de werknemer zijn aanspraken op ATV-dagen verspeeld zou hebben als gevolg van het verstrekken van onjuiste inlichtingen door zijn werkgever. De werknemer wordt daarom toegelaten tot het leveren van bewijs dat hij en zijn vrouw meermalen bij de werkgever hebben geïnformeerd of hij geen recht had op ATV-dagen en dat deze steeds heeft volgehouden dat dit niet het geval was. Met betrekking tot de ploegentoeslag overweegt de kantonrechter dat nagegaan moet worden of tijdens de bietencampagne in feite in een tweeploegendienst werd gewerkt. De werkgever heeft urenverantwoordingstaten overgelegd, doch zonder aanvangsen eindtijden. Daarnaast heeft hij dagstaten en kopieën van tachograafschijven overgelegd. De kantonrechter constateert dat deze bescheiden een overvloed aan details bevatten en dat een overzicht ontbreekt. De werkgever is op grond van art. 4:3 van de Arbeidstijdenwet verplicht een deugdelijke registratie bij te houden van arbeidsen rusttijden. De kantonrechter verzoekt de werkgever daarom om uit deze registratie een overzicht te geven van de arbeidsen rusttijden van de werknemer tijdens de bietencampagne (september tot en met december 2000).

Terug naar overzicht