Kantonrechter Tiel 02-06-1999, Prg. 1999, 5199 (Van Empel)


Ziekte. Ontbinding gewichtige redenen. Competentie.

Een schoonmaker met een dienstverband van twee jaar (salaris NLG 2.717,28 bruto per maand) krijgt na één jaar ziekte een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden voor 30 uur per week voor de duur van zes maanden. Als deze arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd, vordert de werknemer tewerkstelling en doorbetaling van loon. De kantonrechter wijst de vordering toe na eerder een voorwaardelijk ontbindingsverzoek te hebben afgewezen. Als de kantonrechter Utrecht bij eindbeschikking wederom het ontbindingsverzoek afwijst, verzoekt de werkgever bij de kantonrechter Tiel (woonplaats van de werknemer) de arbeidsovereenkomst te ontbinden omdat de werknemer, gezien zijn klachten, niet in staat zou zijn de schoonmaakwerkzaamheden te verrichten en de arbeidsovereenkomst ernstig is verstoord. Bovendien heeft de werkgever geen werk voorhanden. De werknemer stelt dat de werkgever misbruik maakt van procesrecht door op dezelfde gronden ontbinding bij een andere bevoegde kantonrechter te verzoeken. De werknemer acht zich geschikt voor zijn werk en verzoekt ingeval van ontbinding, een vergoeding van NLG 55.600,79 bruto (C=2). De kantonrechter overweegt dat, afgezien het feit dat de onderhandelingen tussen partijen zijn vastgelopen, er sinds het laatste ontbindingsverzoek geen verandering van omstandigheden is opgetreden. Het nieuwe ontbindingsverzoek lijkt alleen te zijn ingegeven om een nieuw oordeel te verkrijgen, omdat de werkgever het niet eens was met het oordeel van de kantonrechter Utrecht. De kantonrechter acht dit in strijd met een goede procesorde en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Verder lezen
Terug naar overzicht