Kantonrechter Tiel 08-08-2001 (Wiegman), Prg. 2001, 5772


Ontslag op staande voet. Vakantie(toeslag). Bewijs. Voorlopige voorziening. Wettelijke verhoging/rente.

Een arbeidsongeschikte automonteur (drie jaar in dienst, salaris NLG 770,-- bruto per week) wordt op staande voet ontslagen omdat hij tijdens zijn ziekteverlof werkzaamheden voor een derde (het sleutelen aan diens auto) zou hebben verricht. De werknemer roept de nietigheid in en vordert bij wege van voorlopige voorziening loon en vakantiegeld over meerdere jaren. De kantonrechter overweegt dat de exacte toedracht van het incident, waarom de werknemer is ontslagen, niet vaststaat. Het enkele feit dat een werknemer tijdens ziekte een keer aan een auto van een derde heeft gesleuteld, levert geen dringende reden op. De werknemer is derhalve ten onrechte op staande voet ontslagen en de arbeidsovereenkomst duurt dus voort. Met betrekking tot het vakantiegeld overweegt de kantonrechter dat gezien de contante loonbetalingen en het ontbreken van loonstroken, de bewijslast in beginsel op de werkgever rust. Aangezien vaststaat dat de werknemer zijn werkgever nooit eerder heeft aangesproken op het niet uitbetalen van het vakantiegeld, zal de bodemrechter waarschijnlijk de bewijslast omdraaien. Dit betekent dat in deze procedure alleen de vakantietoeslag over het jaar 2000/2001 zal worden toegewezen. De wettelijke rente en verhoging zal worden afgewezen omdat de werkgever de vakantietoeslag steeds betaalde als de werknemer op vakantie ging en niet gebleken is dat hiervan reeds sprake is geweest

Terug naar overzicht