Kantonrechter Tilburg 17-09-2001 (Godrie), Prg. 2001, 5764


Gezagsverhouding. Aansprakelijkheid werkgever.

De werknemer treedt voor één jaar als commercieel directeur in dienst van een BV in oprichting. Het salaris bedraagt NLG 7.500,-- bruto per maand, exclusief een onkostenvergoeding van NLG 615,45. De werkgever staakt na één maand de loonbetalingen en verzoekt ontslagvergunning. De werknemer meldt zich ziek en vordert bij voorlopige voorziening loon vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente alsmede de onkostenvergoeding. Hij vordert het loon van zijn werkgever, de BV in oprichting (A) en van een andere BV (B) en van twee bestuurders van zijn werkgever. Deze ontkennen de hoofdelijke aansprakelijkheid en stellen geen betrekking meer te hebben met A. Zij zijn nog slechts aandeelhouders van B, die in hun plaats bestuurder is van A. De kantonrechter is van oordeel dat de oprichtingsfase van A kennelijk niet is afgesloten. Beide ex-bestuurders van A hebben namens A een arbeidsovereenkomst gesloten met de werknemer. Omdat deze niet is nagekomen, zijn zij beiden aansprakelijk ex art. 2:203 lid 2 BW (aansprakelijkheid voor rechtshandelingen namens een op te richten BV). Dat zij op grond van art. 2:203 lid 3 BW niet aansprakelijk zouden zijn, gaat niet op, omdat aangenomen moet worden dat zij hebben geweten dat A onvoldoende middelen had om het salaris van de werknemer te voldoen. De kantonrechter veroordeelt beide ex-bestuurders tot betaling van het salaris en de onkostenvergoeding te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente

Terug naar overzicht