Kantonrechter Tilburg 22-10-1998, Prg. 1999, 5085 (De Boer)


Proeftijd. Bepaalde tijd (seizoenarbeid).

De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (voor minimaal 32 uur per acht weken van een 22-jarige hulpkracht in een recreatiepark, wordt in de proeftijd beëindigd. De werkneemster, die twee keer eerder op basis van een dergelijk contract heeft gewerkt, stelt dat de proeftijd niet geldig en het ontslag nietig is. Zij vordert een verklaring voor recht en doorbetaling van loon. De kantonrechter overweegt dat een proeftijdbeding is bedoeld om de geschiktheid van een werknemer voor de bedongen arbeid te kunnen beoordelen. Nu de werkneemster reeds twee zomerseizoenen dezelfde werkzaamheden heeft verricht en het door de werkgever gestelde verschil in werkomstandigheden niet is komen vast te staan, was een nieuwe proeftijd niet nodig. Hoewel er gedurende het tijdsverloop van vijf maanden tussen de verschillende arbeidsovereenkomsten een verschil in houding, stijl en inzet van een werknemer kunnen ontstaan, kan dat niet als argument voor de geldigheid van een proeftijdbeding gelden. De kantonrechter is van oordeel dat het proeftijdbeding niet rechtsgeldig en dus het ontslag nietig is, en wijst de loonvordering, gebaseerd op een arbeidsduur van 32 uur per acht weken, toe.

Terug naar overzicht