Kantonrechter Utrecht 01-03-2000 (van Emden), JAR 2000, 72


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Executiegeschil (afvloeiingsregeling; Haviltex-formule).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 72.

De arbeidsovereenkomst van een assurantieadviseur (28 jaar in dienst, salaris NLG 5.600,- bruto per maand) wordt ontbonden met een vergoeding conform de overeengekomen afvloeiingsregeling. De regeling houdt in dat de werknemer NLG 25.000,-- bruto ineens wordt toegekend, alsmede een aanvulling op de WW-uitkering tot 95 % van het bruto salaris, vermeerderd met 50% van de onkostenvergoeding tot aan zijn 65ste jaar. Als de werkgever 50% van de onkostenvergoeding (die altijd netto per maand werd betaald) bruto uitkeert min de telefoonkostenvergoeding, vordert de werknemer netto betaling van het gehele bedrag. De kantonrechter is van oordeel dat beslissend is voor de vraag of de onkostenvergoeding netto dan wel bruto moet worden uitgekeerd, hoe partijen de bewoordingen van de afvloeiingsregeling redelijkerwijze hebben mogen opvatten en wat zij redelijkerwijze van elkaar mochten verwachten. In dit geval acht de kantonrechter het voor de werknemer voor de hand liggend dat de werknemer naast het bruto bedrag ineens en de bruto aanvulling op de WW zijn onkostenvergoeding netto zal ontvangen nu hij deze vergoeding tijdens zijn dienstverband ook netto heeft ontvangen. Indien de werkgever van een bruto bedrag uitging, had hij dit als betalende partij moeten vastleggen in de afvloeiingsregeling. Dit geldt ook voor de telefoonkostenvergoeding. De werkgever heeft onvoldoende gesteld op grond waarvan de werknemer had moeten begrijpen dat dit deel van de onkostenvergoeding buiten beschouwing bleef. De kantonrechter wijst de vordering toe.

Terug naar overzicht