Kantonrechter Utrecht 03-03-1999, JAR 1999, 152 (Delfos Visser)


Bepaalde tijd. Ontbindende voorwaarde. Ontbinding (voorwaardelijke) gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 152.

Een werkgever laat zijn werkneemster, een management assistente met een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project bij een opdrachtgever, weten dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De opdrachtgever wenst geen gebruik meer te maken van de diensten van de werkneemster (vier maanden in dienst, salaris NLG 5.000,-- bruto per maand), omdat zij zou disfunctioneren. Volgens de arbeidsovereenkomst is er sprake van voltooiing van het project als de opdrachtgever vervanging eist op grond van ongeschiktheid of persoonlijk gedrag. De arbeidsovereenkomst wordt zover nodig ontbonden met een vergoeding van NLG 16.300,-- bruto. De werkneemster roept de nietigheid van het ontslag in en vordert doorbetaling van loon, stellende dat de ontbindende voorwaarde nietig is. De kantonrechter overweegt dat een ontbindende voorwaarde nietig kan zijn wegens het gesloten stelsel van regels met betrekking tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. In dit geval gaat het echter om een duidelijke afspraak over detachering voor de duur van een project, dat eindigt ingeval de opdrachtgever geen gebruik meer wil maken van de diensten van de werknemer. De werkneemster wist hiervan en dus is het niet van belang of de opdrachtgever al dan niet onrechtmatig handelt door de werkneemster niet te werk te stellen. De kantonrechter wijst de vordering af.

Terug naar overzicht