Kantonrechter Utrecht 03-10-2001 (Verscheure), JAR 2002, 225


Bewijs. Gezagsverhouding. Overwerk.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 225.

Tussen partijen is in mei 1999 een overeenkomst tot stand gekomen inhoudende dat zij hun relatie starten met een dienstverband van één jaar en dat de werknemer daarna verder zal gaan als zelfstandig ondernemer binnen de franchiseorganisatie. De werknemer zal gedurende de eerste maanden zes dagen per week beschikbaar zijn, waarbij zijn aantal werkuren afhankelijk is van de noodzaak tot het verrichten van werk, maar er ook ruimte moet zijn voor de noodzakelijke ontspanning. Indien de werknemer de winkel niet zal overnemen, maar de relatie tussen partijen wordt beëindigd, zal hij nog aanspraak kunnen maken op een uitkering van NLG 1.000,-- bruto per maand. De overeenkomst tussen partijen is per 1 december 1999 geëindigd. De werknemer vordert thans nog een vergoeding ten aanzien van niet betaalde overuren, basisloon, vakantietoeslag en additionele vergoeding. De werkgever stelt dat geen arbeidsovereenkomst, maar een franchiseovereenkomst is aangegaan, dat geen overwerk is verricht en dat de beëindigingvergoeding niet zou worden uitbetaald bij een voortijdige beëindiging. Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een arbeidsovereenkomst. Nu de werknemer meer dan drie maanden achter elkaar meer dan twintig uur per week heeft gewerkt tegen beloning, wordt vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft niet aangetoond dat dit anders is. Daar komt bij dat partijen in hun overeenkomst ook spreken over dienstverband, salaris, werktijden, etc. Anders dan de werknemer stelt zijn partijen geen 36-urige werkweek overeengekomen. De werknemer moest beschikbaar zijn en mocht verder zijn werktijden zelf regelen. Daarom wordt uitgegaan van de op grond van de Arbeidstijdenwet geldende maximale arbeidstijd van 40 uur per week. De werknemer heeft derhalve geen recht op vergoeding van overuren. Blijkens de overeenkomst hebben partijen zich gerealiseerd dat de werknemer meer dan 40 uur zou werken en zijn zij daarom een additionele vergoeding overeengekomen voor het geval het niet tot een franchiserelatie zou komen. Deze vergoeding is derhalve verschuldigd. Niet is bepaald dat de vergoeding niet verschuldigd zou zijn in geval van een voortijdig einde van de arbeidsrelatie.

Terug naar overzicht