Kantonrechter Utrecht 04-07-2001 (Van Unen), 12-07-2001 Kantonrechter Rotterdam (Vlaswinkel), JAR 2001, 169


Ontbinding gewichtige redenen. Overgang van onderneming. Goed werkgeverschap. Schadeloosstelling (C=1,5 in Utrecht en volgens protocol met C=1 in Rotterdam).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 169.

IFF heeft de aandelen in BBA, waarbij H. (43 jaar, tien jaar in dienst, salaris NLG 15.212,08 bruto per maand) en F. (49 jaar, 13 jaar in dienst, salaris NLG 21.159,58 bruto per maand) in dienst waren, overgenomen. De hoofddirectie in Amerika heeft om marketingtechnische redenen besloten tot een reorganisatie in het kader waarvan de vestiging te Alblasserdam, waar H. en F. werkzaam waren, is gesloten. Daardoor zijn hun functies komen te vervallen. Volgens IFF en BBA zijn voor hen geen andere passende functies voorhanden. IFF en BBA hebben een Protocol opgesteld met instemming van de OR, op grond waarvan aan werknemers die met beëindiging van hun arbeidsovereenkomst instemmen een afvloeiingsregeling conform de kantonrechtersformule, correctiefactor 1, wordt aangeboden. H. en F. hebben niet met ontslag ingestemd, reden waarom BBA en IFF thans ontbinding verzoeken. De kantonrechter te Utrecht stelt vast dat er sprake is geweest van overgang van onderneming en dat IFF thans als de werkgever moet worden aangemerkt. De kantonrechter Rotterdam laat deze vraag in het midden. Vervolgens stelt de kantonrechter Utrecht vast dat er geen economische noodzaak voor de reorganisatie was, doch dat het er de schijn van heeft dat het doel enkel was vergroting van omzet en winst onder gelijktijdige besparing van kosten door afvloeiing van personeel. Een dergelijke handelwijze is verwijtbaar getoetst aan de normen van het goed werkgeverschap. Daarom dient de C-factor bij de ontbinding vastgesteld te worden op 1,5. Het Protocol acht de kantonrechter Utrecht niet van toepassing, nu daarover geen overleg met vakorganisaties heeft plaatsgevonden. De kantonrechter Rotterdam overweegt dat het aan een ondernemer is om, binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid, naar eigen inzichten en wensen invulling te geven aan een reorganisatie van een bedrijf. Voldoende is aangetoond dat de functie van F. door de reorganisatie is komen te vervallen en dat er geen andere plek voor hem was. De vergoeding conform het Protocol (C=1) acht de kantonrechter billijk

Terug naar overzicht