Kantonrechter Utrecht 04-09-2002, 19-03-2003 (De Laat), JAR 2003, 99


Loon. Staking.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 99.

FNV Bondgenoten en de VVMC hebben op respectievelijk 5 en 6 april 2001 en op 12 april 2001 hun leden opgeroepen om te staken. De leden van beide verenigingen hebben hieraan gevolg gegeven. Op deze dagen hebben de treinen bij NSR gereden ingevolge het "Noodplan NS-Reizigers Nederland". NSR heeft op 12 april 2001 aan de betrokken werknemers meegedeeld dat het loon over de niet-gewerkte uren op deze drie dagen niet zal worden uitbetaald aan stakers en aan niet-werkwilligen, maar alleen aan werkwilligen. De vakbonden en zeven werknemers hebben hiertegen geprotesteerd voor zover het loon niet is betaald aan die werknemers die niet gestaakt hebben, maar hebben geweigerd om besmet werk te verrichten. Deze werknemers hebben zich bereid verklaard om de arbeid zoals die verricht diende te worden volgens het normale rooster, te verrichten. Zij hebben echter niet de arbeid op basis van het noodrooster willen verrichten. Voorts stellen de vakbonden dat NSR ten onrechte pas aan het einde van de stakingen heeft meegedeeld dat hij niet van plan was de lonen aan de niet-stakende werknemers uit te betalen. De kantonrechter overweegt, onder verwijzing naar verschillende uitspraken van de Hoge Raad, dat een werkgever die wordt geconfronteerd met personeel dat, in het kader van een collectieve actie, geheel of in telkens wisselende delen, zijn werk niet naar behoren of niet volledig verricht, en dat daardoor het bedrijf ontwricht, gerechtigd is om het loon van het gehele personeel in te houden. In onderhavig geval stond het NSR vrij, aldus de kantonrechter, om het noodrooster in te voeren, gelet op de belangen van de reizigers. Weliswaar was het daardoor niet meer duidelijk wat besmet werk was en wat niet en kan gezegd worden dat werknemers, als zij het noodrooster hadden uitgevoerd, besmet werk hadden gedaan, maar dit staat, gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad, niet in de weg aan de bevoegdheid van NSR om de lonen in te houden. Het gaat in onderhavig geval namelijk om een selectieve staking die leidt tot ontwrichting van de onderneming. NSR heeft echter de bonden niet tijdig laten weten dat hij ook aan de werknemers die alleen het normale werk wilden uitvoeren en niet het noodrooster, geen loon zou uitbetalen. Een dergelijke mededeling was op zijn plaats geweest, nu NSR in het verleden aan deze groep werknemers wel steeds het loon betaalde. Daardoor hebben de bonden hun leden niet kunnen voorlichten over de aan de staking verbonden risico's en kosten. Een en ander betekent dat NSR toch gehouden is om de lonen aan de niet-werkwilligen door te betalen.

Terug naar overzicht