Kantonrechter Utrecht 08-12-1999 (Van Unen), JAR 2000, 21


Ontbinding gewichtige redenen. Sociaal plan (C=0,6). Opzegtermijn (fictieve). Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 21.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 49-jarige receptioniste (16 jaar in dienst, salaris NLG 3.773,52 bruto per maand) wegens reorganisatie. De werkneemster is arbeidsongeschikt en de werkgever legt een goedgekeurd reïntegratieplan over. De werkgever biedt een vergoeding aan van NLG 47.546,35 bruto, conform het door de vakvereniging en de OR goedgekeurd sociaal plan. De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werkneemster 16 jaar in dienst is, in tegenstelling tot de werkneemster, die meent dat de jaren bij de rechtsvoorgangers van de werkgever moeten worden meegerekend. Zij verzoekt een vergoeding van NLG 100.375,63 bruto. De kantonrechter overweegt dat beantwoording van de vraag of er sprake is van overgang van onderneming, de grenzen van de ontbindingsprocedure te buiten gaat, gezien het doel van de procedure (kort en snel). Binnen de beperkte mogelijkheden heeft de werkneemster aannemelijk gemaakt dat er sprake is van overgang van onderneming ten opzichte van de tweede werkgever. Belangrijker is nog de vraag of er sprake is van een voortgezet dienstverband, waarbij de verschillende werkgevers als elkaars opvolgers moeten worden beschouwd. Dat is in dit geval zo, gezien het feit dat de werkneemster hetzelfde werk tegen hetzelfde salaris en op dezelfde plaats verrichtte. De 12 jaren bij de tweede werkgever dienen dus te worden meegeteld. Dit geldt niet voor de jaren bij de eerste werkgever. Werkneemster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een voortgezet dienstverband, respectievelijk overgang van onderneming, afgezien dat destijds de artikelen 1639aa BW (oud) nog niet bestonden. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 73.583,64 bruto, conform de berekening voor het sociaal plan waarin de correctiefactor op C=0,6 is gesteld. Voorts gaat de kantonrechter ervan uit dat de werkgever conform het sociaal plan de fictieve opzegtermijn zal compenseren.

Verder lezen
Terug naar overzicht