Kantonrechter Utrecht 11-05-1999, JAR 1999, 269 (Schokkenbroek)


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Ontbinding gewichtige redenen. Ziekte (geen reïntegratieplan). Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 269.

Een 51-jarige arbeidsongeschikte werknemer (18 jaar in dienst, salaris NLG 11.481,29 bruto per maand) verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer stelt dat de werkgever hiervan een ernstig verwijt valt te maken en verzoekt een vergoeding van NLG 1.444.092,80 bruto (C=3). De werkgever betwist de verwijtbaarheid en verzoekt eveneens ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer is na de komst van een nieuwe directeur en na aanstelling van een controller overbelast geraakt en korte tijd arbeidsongeschikt geweest. Nadat de kantonrechter een eerder verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft afgewezen, is er overleg gevoerd over het aanpassen van de functie van de werknemer. Tijdens dit overleg is de werknemer weer arbeidsongeschikt geraakt en sindsdien gebleven. De kantonrechter overweegt met betrekking tot het verzoek van de werkgever dat hierbij geen reïntegratieplan is gevoegd zodat de werkgever niet ontvankelijk is. Omdat beide partijen de arbeidsovereenkomst willen beëindigen wijst de kantonrechter het verzoek toe. Met betrekking tot de vergoeding overweegt de kantonrechter dat de werkgever een ernstig verwijt treft voor het ontstaan van de situatie. Tot aan de komst van de nieuwe directeur heeft de werknemer jarenlang tot tevredenheid als adjunct-directeur gefungeerd. Daarna is zijn takenpakket te zwaar geworden en was herverdeling van de taken op zijn plaats geweest. Na afwijzing van het eerste ontbindingsverzoek had de werkgever de beschadigde verhoudingen dienen te herstellen. De werkgever heeft de werknemer daarentegen een niet-passende functie aangeboden en geweigerd hem tegemoet te komen in de proceskosten. Het was voorzienbaar dat de werknemer onder dergelijke omstandigheden arbeidsongeschikt zou worden. Vervolgens heeft de werkgever wel erg snel geconcludeerd dat reïntegratie niet meer aan de orde was. Gezien de lange staat van dienst, de leeftijd van de werknemer en zijn beperkte kansen op de arbeidsmarkt, stelt de kantonrechter de vergoeding vast op NLG 975.000,-- bruto (C>1).

Verder lezen
Terug naar overzicht