Kantonrechter Utrecht 11-07-2002 (Ambagtsheer), JAR 2002, 288


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (geen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 288.

De werkgever verzoekt voorwaardelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, 57 jaar oud, negen jaar in dienst, laatstelijk in de functie van geld- en waardetransporteur. De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij, nadat op 5 april 2002 tijdens een transport het alarm van zijn auto om onbekende redenen afging en niet wilde stoppen, zonder enige vorm van overleg met de werkgever, met behulp van een ijzeren tang het centrale alarmkastje (dat zich onder de motorkap bevindt) uit de auto heeft verwijderd. Hierdoor heeft hij de auto beschadigd en de beveiliging van de auto uitgeschakeld. De werknemer heeft niettemin zijn route voortgezet. Voorafgaand aan dit incident had de werknemer reeds meerdere waarschuwingen ontvangen vanwege het ernstig inbreuk maken op de strenge veiligheidsvoorschriften van de werkgever, explosief en agressief gedrag, wraakzuchtig gedrag, het uiten van dreigende taal en het nauwelijks kunnen communiceren zonder mensen onheus te bejegenen. De werknemer stelt onder meer dat hij aan psychische stoornissen lijdt, hetgeen de werkgever weet en dat, als zijn handelen al verwijtbaar is, dit niet aan hem kan worden toegerekend. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. De lezing van de werkgever van het gebeurde op 5 april 2002 komt hem aannemelijk voor. Tezamen met de vele andere incidenten is er voldoende grond voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aannemelijk is dat de handelwijze van de werknemer voortvloeit uit zijn psychische stoornis. Aldus kan aan de werknemer geen verwijt van zijn handelen worden gemaakt. Dat aan de werkgever hier een verwijt van kan worden gemaakt, is echter evenmin gebleken. Het gegeven dat de werknemer aan psychische stoornissen lijdt ligt in zijn risicosfeer en niet in die van de werkgever. Daarom is er bij de ontbinding geen grond voor toekenning van een vergoeding. Ten overvloede wordt daarbij opgemerkt dat is gebleken dat de werknemer eigenlijk reeds op het moment van indiensttreding ongeschikt was voor zijn functie bij de werkgever.

Terug naar overzicht