Kantonrechter Utrecht 14-04-1999, JAR 1999, 163 (Staal)


Beoordeling. Arbeidsreglement (personeelsgids). Verrekening (redelijkheid en billijkheid).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 163.

Een werkgever hanteert een personeelsgids ter uitvoering van de CAO. In deze personeelsgids wordt een beoordelingssysteem weergegeven, op grond waarvan werknemers in aanmerking komen voor een eenmalige beoordelingstoeslag. Deze toeslag wordt vastgesteld op basis van de beoordeling van het functioneren en geldt voor het volgende kalenderjaar. Bij uitdiensttreding wordt de beoordelingstoeslag naar rato herrekend. De OR is akkoord gegaan met een wijziging van het tijdstip van uitkeren (januari in plaats van maart). Een werknemer neemt in de loop van het jaar ontslag en de werkgever verrekent netto NLG 3.512,30 als te restitueren beoordelingstoeslag. De werknemer gaat niet akkoord en vordert dit bedrag terug, stellende dat de personeelsgids niet op hem van toepassing is, omdat hij niet akkoord is gegaan met bovengenoemde wijziging. Bovendien acht de werknemer de verrekening in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter overweegt dat partijen voorbijgaan aan het rechtskarakter van de personeelsgids. Hoewel met instemming van de OR, is deze niet met de werknemer overeengekomen. Anders dan bij een rechtstreeks tussen partijen gemaakte afspraak, geldt, net als bij de uitleg van een CAO, dat de bepalingen van de personeelsgids op grammaticale wijze moeten worden uitgelegd. De wijzigingen zijn in dit geval niet van belang, omdat deze het betalingsmoment van de beoordelingstoeslag treft en niet de herrekening naar rato. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever de beoordelingstoeslag terecht heeft herrekend en dat de keuze van de werkgever voor een periodieke loontoeslag in één bedrag en wel voor het komende jaar, niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Dat de werkgever na ontslagname van de werknemer heeft besloten voor een bepaalde groep af te zien van herrekening, doet daar niet aan af, omdat aan dit besluit geen terugwerkende kracht wordt verleend. De kantonrechter wijst de vordering af.

Terug naar overzicht