Kantonrechter Utrecht 14-06-2000 (Staal), JAR 2000, 188


CAO. VUT.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 188.

Een niet georganiseerde werknemer in dienst van een niet georganiseerde werkgever valt onder de werking van een algemeen verbindend verklaarde CAO met een riante VUT-regeling, waarvan hij gebruik wil maken. Op dat moment hebben de CAO-partijen inmiddels deze VUT-mogelijkheid geschrapt. Die wijziging van de CAO wordt echter eerst per een latere datum, dan de oorspronkelijk mogelijke VUT-datum, algemeen verbindend verklaard. De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer tot deelneming in de VUT op grond van de oude regeling af. Dat de algemeenverbindendverklaring van de uiteindelijke wijziging pas later haar beslag kreeg impliceert niet dat de werknemer tot die datum alsnog een recht kon inroepen dat door schrapping reeds uit de onderliggende CAO was verdwenen. Wanneer dat anders zou zijn, zou dat tot het ongerijmde gevolg leiden dat een ongeorganiseerde werknemer in dienst van een ongeorganiseerde werkgever meer rechten geldend zou kunnen maken dan een georganiseerde. Ook het afwijzen van een impliciet beroep van de werknemer op de hardheidsclausule heeft de VUT-stichting in redelijkheid kunnen doen. De kantonrechter kan dat besluit slechts marginaal toetsen. Hoe zuur het voor de werknemer ook is dat hij de VUT-regeling misloopt, had hij uit alle publicaties kunnen begrijpen dat de regeling al geruime tijd ter discussie stond.

Terug naar overzicht