Kantonrechter Utrecht 15-02-1999, JAR 1999, 54 (Krol)


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (C=1; fictieve opzegtermijn).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 54.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 33-jarige werkneemster, vier jaar in dienst, salaris NLG 2.522,14 bruto per maand, wegens disfunctioneren. De werkneemster ontkent haar disfunctioneren, doch erkent dat de arbeidsrelatie dusdanig is verstoord dat voortzetting niet meer mogelijk is. Zij stelt dat de werkgever hiervan een verwijt kan worden gemaakt en verzoekt een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor 1, verhoogd met het salaris over de fictieve opzegtermijn van één maand. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden nu er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. De werkgever heeft echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit in overwegende mate aan de werkneemster is te wijten. De werkgever heeft niet aannemelijk gemaakt dat het door hem gestelde disfunctioneren met de werkneemster is besproken en dat zij de gelegenheid heeft gekregen haar functioneren te verbeteren. De kantonrechter acht het billijk de werkneemster een vergoeding toe te kennen zoals verzocht maar wijst het verzoek om een extra maandsalaris ter compensatie van een fictieve opzegtermijn af omdat de gevolgen van de Wet Flexibiliteit en zekerheid niet zondermeer op de werkgever behoren te worden afgewenteld. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 13.619,56 bruto.

Terug naar overzicht