Kantonrechter Utrecht 16-08-1999, JAR 1999, 204 (Schokkenbroek)


Beoordeling. Ziekte. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 204.

Een 55-jarige sales manager (bijna 29 jaar in dienst, waarvan 26 jaar bij de voorganger van de werkgever; salaris NLG 7.053,-- bruto per maand) wordt kort na de overname van de onderneming van zijn vorige werkgever ziek als gevolg van een niet onverdeeld positieve beoordeling. De werknemer is sindsdien ernstig depressief en heeft zich onder behandeling van een psycholoog moeten stellen. Na een korte werkhervatting is de werknemer wederom uitgevallen en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 500.000,-- bruto waaronder NLG 50.000,-- smartengeld. De werknemer stelt dat door toedoen van de werkgever hij langdurig arbeidsongeschikt is geworden en dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen voor zijn reïntegratie. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst omdat de werkgever zich refereert aan het verzoek van de werknemer. Naar objectieve maatstaven kan de werkgever echter geen groot verwijt worden gemaakt. Directe aanleiding was weliswaar de uitreiking van een beoordelingsformulier doch de beoordeling was niet zeer negatief maar wel kritisch. De werknemer had de mogelijkheid zijn mening tijdens het beoordelingsgesprek in te brengen. Van de werknemer had gezien zijn functie verwacht mogen worden met al dan niet terechte kritiek om te kunnen gaan. De werkgever heeft adequaat gereageerd door de werknemer begeleiding van een bedrijfspsycholoog aan te bieden. Dat reïntegratie is mislukt is de werkgever niet te verwijten. De verwachting van de werknemer dat hij zijn werkplek ongewijzigd zou terugvinden na afwezigheid van een half jaar en in een organisatie die zich midden in een reorganisatie bevindt, is niet realistisch. Hoewel de werkgever nauwelijks verwijt treft, komt de situatie toch voor zijn risico gezien de relatie tussen de beoordeling en de ziekmelding. Nu de werkgever nauwelijks enig, laat staan ernstig verwijt treft en een WAO-excedent verzekering is gesloten tot 70% van het laatst genoten loon is er aanleiding de vergoeding vast te stellen op een lager bedrag dan conform de kantonrechtersformule waarbij C=1. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 200.000,-- bruto.

Terug naar overzicht